Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen, sterns en schaarbekken › Visdief

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae

Visdief | Sterna hirundo

Common Tern | Charrán común

De visdief is een van de algemeenste sterns van het noordelijk halfrond. In het gidsgebied is hij een doortrekker en wintergast langs beide kusten, tussen de broedgebieden in Noord-Amerika en de overwinteringsgebieden tot in Zuid-Amerika. Omdat hij sterk lijkt op andere sterns, is zorgvuldige determinatie nodig.

Visdief (Sterna hirundo)
Foto: Rhododendrites — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een langgerekt, dalend kie-jaar met de nadruk op de eerste lettergreep, daarnaast korte kip-roepen en bij verstoring een snel kek-kek-kek.

Luister: VluchtroepXC1165549

Opname: Lionel FREDERIC — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

31–35 cm, slank, met smalle vleugels en een diep gevorkte staart waarvan de buitenste pennen zittend niet voorbij de vleugelpunten reiken. Volwassen vogels in broedkleed hebben een zwarte kap, lichtgrijze bovendelen, lichtgrijs getinte onderdelen en een rode snavel met zwarte punt; de poten zijn rood en vrij lang. Op de bovenvleugel vormen de buitenste handpennen een donkere wig, en van onderen hebben de handpennen een brede, vage donkere achterrand; alleen de binnenste handpennen zijn doorschijnend. Buiten de broedtijd, het kleed dat hier het meest te zien is, zijn voorhoofd en onderdelen wit, loopt een zwarte band van het oog rond de achterkop, is de snavel grotendeels zwart en is een donkere voorvleugelrand zichtbaar. Jonge vogels hebben een bruinig geschubde rug, een duidelijke donkere voorvleugelrand en een lichte snavelbasis.

Verwarrings­soorten

De noordse stern Sterna paradisaea heeft kortere poten, een kortere snavel en doorschijnende handpennen met een smalle, scherpe zwarte achterrand. De forsters stern Sterna forsteri heeft zilverwitte handpennen, een langere staart en buiten de broedtijd een losse zwarte oogvlek in plaats van een zwarte band rond de achterkop. De dougalls stern Sterna dougallii is bleker en witter, met zeer lange staartspiesen en een overwegend donkere snavel. De grote stern Thalasseus sandvicensis is groter, met een zwarte snavel met gele punt.

Leefgebied

Kustwater, baaien, lagunes, zoutpannen, riviermondingen en havens, en op de trek ook grote meren in het binnenland; rust op zandbanken, stranden, pieren en boeien. Trekt ook ver uit de kust over open zee. Vist door vanuit een korte biddende vlucht stotend in het water te duiken.

Verspreiding en trek

Langs de Pacifische kust van Baja California tot Panama en langs de Caribische kust van Tamaulipas tot Panama, in de trektijden het talrijkst en vaak in grote groepen boven zee. In de winter vooral in het zuiden van het gidsgebied, onder meer in Costa Rica en Panama. Buiten het gidsgebied broedt de soort in grote delen van Noord-Amerika, Europa en Azië en overwintert ze langs de kusten van Zuid-Amerika, Afrika en Zuid-Azië.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Groepen rustende sterns op zandbanken, pieren en in zoutpannen bieden de beste kans om visdieven naast andere sterns te vergelijken; in de najaarstrek trekken soms honderden langs de kust. De lengte van de poten, de snavelpunt en de tekening van de handpennen geven daarbij de doorslag.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. Kolonies in het broedgebied zijn gevoelig voor verstoring en predatie. In het gidsgebied een doortrekker en wintergast zonder vaste broedpopulatie.

Wetenschappelijke naam

Sterna hirundo | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Sterna voerde hij in datzelfde werk in. Sterna gaat terug op het Oudengelse stearn, dat voorkomt in het gedicht The Seafarer; de Friezen gebruikten een verwant woord voor sterns. hirundo is Latijn voor 'zwaluw', naar de gevorkte staart en de lichte bouw die de stern met die vogel gemeen heeft. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.