Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Vlekborsttroepiaal
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Vlekborsttroepiaal | Icterus pectoralis
Spot-breasted Oriole | Bolsero pecho manchado
De vlekborsttroepiaal is een grote oranje troepiaal van droog bos en open landschap aan de Pacifische kant van Midden-Amerika, van het zuiden van Mexico tot het noordwesten van Costa Rica. Hij is genoemd naar de zwarte vlekken op de zijkanten van de borst. In het zuidoosten van Florida is hij ingevoerd en heeft zich daar gevestigd.
Geluid
De zang is een lange, heldere reeks fluittonen, vaak met herhaalde frasen, en wordt door beide seksen gezongen. De roep is een nasaal njek en een droge ratel.
Opname: Alfonso Auerbach — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
21–24 cm. Grote troepiaal met een rechte, spitse snavel. De seksen zijn vrijwel gelijk. Kop en onderdelen zijn oranje tot geeloranje, met een zwart masker tussen oog en snavel en een zwarte keelvlek die doorloopt tot op de bovenborst; op de zijkanten van de borst staan zwarte vlekken. De rug is zwart, de schouders oranje. De vleugel is zwart met een witte vlek aan de basis van de handpennen en witte randen aan de tertiairen; de staart is zwart. Jonge vogels zijn olijfgeel met weinig of geen zwart en zonder vlekken.
Verwarringssoorten
De Altamiratroepiaal Icterus gularis is forser, heeft een dikkere snavel, een witte vleugelstreep en geen vlekken op de borst. De maskertroepiaal Icterus cucullatus en de vlekrugtroepiaal Icterus pustulatus zijn kleiner en hebben witte vleugelstrepen; de vlekrugtroepiaal heeft bovendien een gestreepte rug. Jonge vogels zonder vlekken lijken op jonge Altamiratroepialen; de witte vlek aan de handpennen is dan het beste kenmerk.
Leefgebied
Droogbos, doornstruweel, oeverbos, bosranden en open landschap met bomen, ook weidegebied, tuinen en dorpen, van zeeniveau tot ongeveer 1500 m. Zoekt insecten en vruchten en drinkt nectar uit bloeiende bomen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Aan de Pacifische kant van het zuiden van Mexico (Oaxaca en Chiapas) door Guatemala, El Salvador, Honduras en Nicaragua tot het noordwesten van Costa Rica; in Honduras ook in droge binnendalen aan de Caribische kant. Ingevoerd in het zuidoosten van Florida.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het best te vinden in droog, half open landschap langs de Pacifische kust, vaak in paren; de lange, fluitende zang is van ver te horen.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC). Vrij algemeen in zijn verspreidingsgebied. Wordt plaatselijk gevangen voor de handel in kooivogels.
Wetenschappelijke naam
Icterus pectoralis | (Wagler, 1829)
Wagler beschreef de soort in 1829 als Ps[arocolius] pectoralis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Icterus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Icterus komt van het Griekse ikteros, een gele vogel — doorgaans opgevat als de wielewaal — waarvan de aanblik geelzucht zou genezen. pectoralis is Latijn voor 'van de borst', naar de zwarte vlekken aan de zijkanten van de borst. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Totulapa, Oaxaca (Mexico).





