Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Wigstaartgrasgors

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Wigstaartgrasgors | Emberizoides herbicola

Wedge-tailed Grass Finch | Sabanero coludo

De wigstaartgrasgors is een grote, gestreepte graslandvogel met een lange, puntige, trapsgewijs aflopende staart. Hij leeft in hoog gras van savannen en ruig weiland en zingt vanaf grashalmen of lage struiken. In het gidsgebied komt hij alleen voor in het zuiden van Costa Rica en in Panama.

Wigstaartgrasgors (Emberizoides herbicola)
Foto: Dario Sanches from São Paulo, Brazil — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Zang een korte, heldere frase van enkele fluittonen en trillers, vaak herhaald vanaf een grashalm of struikje, vooral in de vroege ochtend. Roep een zacht tsip.

Luister: ZangXC984683

Opname: João Capurucho — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

18–20 cm, waarvan bijna de helft staart. Bovendelen bruin tot okerbruin met brede zwarte strepen; vleugels met olijfgele randen en een gele vleugelboeg. Staart lang, smal en puntig, met spitse veren. Teugel en smalle oogring wit. Onderdelen witachtig, flanken en borstzijden okerkleurig. Bovensnavel donker, ondersnavel geelachtig. Mannetje en vrouwtje gelijk; jonge vogels zijn van onderen geliger en dichter gestreept.

Verwarrings­soorten

De sprinkhaangors Ammodramus savannarum is kleiner, heeft een korte staart en een okerkleurige streep over de kruin. Vrouwtjes van dikbekjes en zaadkrakers zijn veel kleiner, ongestreept en hebben een korte, dikke snavel.

Leefgebied

Hoog gras in savannen, ruig en weinig begraasd weiland en grasland met verspreide struiken, ook natte graslanden, in het laagland en de voetheuvels tot ongeveer 1500 m. Leeft verscholen in het gras en eet zaden en insecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied in het zuiden van Costa Rica (savannen rond Buenos Aires en in de Valle de El General) en in Panama, vooral in de savannen aan de Pacifische kant van Chiriquí tot de provincie Panamá. Buiten het gidsgebied plaatselijk in Zuid-Amerika, van Colombia en Venezuela tot Bolivia, Paraguay, Brazilië en het noordoosten van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het makkelijkst te zien in de vroege ochtend, als vogels zingend op een grashalm of paaltje zitten; later op de dag verdwijnen ze in het gras. Geschikte plekken zijn de savannen rond Buenos Aires in Costa Rica en de graslanden van Coclé in Panama.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Plaatselijk en schaars in het gidsgebied; gevoelig voor het omzetten van grasland in akkers en voor overbegrazing.

Wetenschappelijke naam

Emberizoides herbicola | (Vieillot, 1817)

Vieillot beschreef de soort in 1817 als Sylvia herbicola; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Emberizoides werd in 1822 ingevoerd door Temminck. Emberizoides is gevormd uit Emberiza (gorzen) en Grieks -oidēs 'lijkend op': 'gorsachtige', naar het gorsachtige uiterlijk. herbicola is Latijn, van herba 'gras, kruid' en -cola 'bewoner': 'grasbewoner', naar het leven in hoog gras. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Paraguay.