Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Witkeelsaltator

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Witkeelsaltator | Saltator grossus

Slate-colored Grosbeak | Picogrueso piquirrojo

De witkeelsaltator is een leigrijze saltator van het binnenste van vochtig laaglandbos, met een witte keel en een zware rode snavel. Hij leeft vooral in het middelste en hoogste deel van het bos en trekt vaak mee met gemengde groepen. In het gidsgebied komt hij voor van het oosten van Honduras tot Panama.

Witkeelsaltator (Saltator grossus)
Foto: Dominic Sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Zang een reeks rijke, heldere fluittonen, vaak twee- of driedelig en herhaald, iets lijsterachtig. Roep een nasaal, schor rrjaa en een scherp pink.

Luister: ZangXC1176997

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

19–20 cm. Mannetje donker leigrijs, met een witte keelvlek die aan de zijkant en onderkant zwart omzoomd is. Snavel zwaar, hoog en koraalrood tot oranjerood. Vrouwtje iets lichter grijs, met een kleinere witte keelvlek zonder zwarte rand en eveneens een rode snavel. Jonge vogels doffer grijs, met een donkerdere snavel.

Verwarrings­soorten

De blauwrugbisschop Cyanoloxia cyanoides is blauwzwart, mist de witte keel en heeft een zwarte snavel; hij leeft meer in de onderlaag. De grijsbuikkardinaal Caryothraustes poliogaster heeft een zwart gezicht, een olijfgele kop en een zwarte snavel. Andere saltators hebben olijfkleurige of grijze bovendelen, een witte wenkbrauwstreep en een zwarte snavel.

Leefgebied

Binnenkant en randen van vochtig, altijdgroen laagland- en voetheuvelbos, ook oud secundair bos, meestal beneden 1000 m. Houdt zich op in het middelste en hoogste deel van het bos, vaak in gemengde groepen met tangaren en andere vogels. Eet vruchten, zaden en insecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Caribische kant van het oosten van Honduras, Nicaragua en Costa Rica; in Panama aan beide kanten. Buiten het gidsgebied in het westen en noorden van Colombia, in Ecuador, Venezuela, de Guyana's en het Amazonegebied tot Bolivia en Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Geregeld te horen en te zien bij La Selva in Costa Rica en langs de Camino del Oleoducto (Pipeline Road) in Panama. Zit vaak stil in het middelste deel van het bos; de rode snavel is in het halfdonker vaak het eerste dat te zien is.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Vrij algemeen in aaneengesloten vochtig bos; gaat achteruit waar dat bos verdwijnt.

Wetenschappelijke naam

Saltator grossus | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Loxia grossa; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Saltator werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Saltator is Latijn voor 'danser, springer', naar de huppende bewegingen van deze vogels. grossus is Latijn voor 'dik, groot', naar de zware, rode snavel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.