Alle soorten › Zangvogels › Winterkoningen › Witborstboswinterkoning

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Witborstboswinterkoning | Henicorhina leucosticta

White-breasted Wood Wren | Chivirín pecho blanco

De witborstboswinterkoning is een kleine, gedrongen winterkoning met een zeer korte, vaak opgestoken staart, een witte keel en borst en een zwart-wit gestreepte kop. Hij leeft op en vlak boven de bosbodem van vochtig laaglandbos en voetheuvelbos en is vaker te horen dan te zien.

Witborstboswinterkoning (Henicorhina leucosticta)
Foto: Chloe and Trevor Van Loon — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luide, rijke zang van korte, heldere fluitfrasen die vaak drie- of viermaal worden herhaald, vaak in duet. Roep een scherp, droog tikje en een harde ratel.

Luister: ZangXC1184032

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

10–11 cm. Staart zeer kort, meestal schuin omhoog gehouden. Kruin zwartachtig tot donkerbruin, witte wenkbrauwstreep, wangen zwart-wit gestreept. Keel en borst helder wit, flanken en onderbuik warm bruin. Rug en stuit kastanjebruin, vleugels met smalle zwarte banden. Poten vrij lang. Mannetje en vrouwtje gelijk.

Verwarrings­soorten

De grijze boswinterkoning Henicorhina leucophrys heeft een grijze borst en leeft hoger, in bergbos; waar beide voorkomen, scheiden ze zich grotendeels naar hoogte. De nachtegaalwinterkoningen Microcerculus hebben geen gestreepte kop en een geschubde onderzijde. De pacifische orpheuswinterkoning Cyphorhinus phaeocephalus is groter en heeft een roodbruine keel en borst.

Leefgebied

Bodem en ondergroei van vochtig, altijdgroen laaglandbos en voetheuvelbos, ook oud secundair bos en vochtige delen van seizoensbos; van het laagland tot in de lagere bergen. Zoekt op de grond en in dichte ondergroei naar insecten en spinnen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Van het oosten en zuiden van Mexico, inclusief het zuiden van het schiereiland Yucatán, door Midden-Amerika tot Panama. Buiten het gidsgebied in het noordwesten en noorden van Zuid-Amerika.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Let in de ondergroei van vochtig bos op de luide fluitfrasen en droge tikjes; door stil te blijven staan komt de vogel soms tot dichtbij om te kijken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Wijdverbreid en algemeen in bos met dichte ondergroei; verdwijnt waar het bos volledig wordt gekapt.

Wetenschappelijke naam

Henicorhina leucosticta | (Cabanis, 1847)

Cabanis beschreef de soort in 1847 als Cyphorhinus leucosticta; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Henicorhina werd in 1868 ingevoerd door Sclater & Salvin. Henicorhina is Grieks, van henikos 'enkelvoudig, uniek' en rhis, rhinos 'neusgaten'; een vervangingsnaam voor het al bezette Heterorhina ('andere neusgaten'). leucosticta is Grieks voor 'wit gespikkeld', van leukos 'wit' en stiktos 'gevlekt', naar de wit-zwart gestreepte kop en hals. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Guyana (Guiana, niet nader bepaald).