Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse gorzen › Witbrauwtangare

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Witbrauwtangare | Chlorospingus pileatus

Sooty-capped Chlorospingus | Clorospingo cejiblanco

De witbrauwtangare is een olijfgroene zangvogel met een roetzwarte kop en een lange witte streep achter het oog. Hij leeft alleen in de hoge bergen van Costa Rica en West-Panama en komt hoger voor dan de verwante briltangare. Groepjes zijn een vast onderdeel van gemengde foerageergroepen in het hooggebergtebos.

Witbrauwtangare (Chlorospingus pileatus)
Foto: lwolfartist — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Groepjes laten hoge, dunne tsit-roepjes horen. De zang is een piepende, kwetterende reeks hoge tonen, vaak in de vroege ochtend.

Luister: ZangXC552926

Opname: Odirlei Vieira da Fonseca — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

13 cm. Kop roetzwart tot donker leigrijs, met een lange, smalle witte streep van boven het oog naar achteren. Keel vuilwit met fijne donkere stippels; borst geelolijfgroen; buik grijsachtig wit met olijfgrijze flanken. Bovendelen olijfgroen. Snavel donker en spits. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De briltangare Chlorospingus flavopectus heeft een bruingrijze kop met alleen een korte witte vlek achter het oog en leeft meestal lager op de berghellingen; waar beide voorkomen, is het verschil in kopkleur en lengte van de witte streep goed te zien. De grijskeeltangare Chlorospingus canigularis heeft een effen grijze keel en geen witte streep achter het oog, en leeft lager.

Leefgebied

Bergregenwoud en eikenbos in de hoge bergen, vooral boven ongeveer 1600 meter en tot aan de boomgrens rond 3000 meter; ook in bamboe, bosranden, struikgewas langs de bosrand en dwergbos naar de páramo. Zoekt in groepjes insecten en kleine vruchten in de lagere en middelste lagen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Endemisch voor de hooglanden van Costa Rica en West-Panama: de Cordillera Central en de Cordillera de Talamanca in Costa Rica en de bergen van Chiriquí en Bocas del Toro tot in Veraguas in Panama.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In het hooggebergtebos van de Talamanca een van de meest waargenomen soorten van gemengde foerageergroepen; vooral langs bosranden en wegbermen op grote hoogte vaak dichtbij te zien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Klein verspreidingsgebied, maar in geschikt hooggebergtebos algemeen; een groot deel van dat bos ligt in beschermde gebieden.

Wetenschappelijke naam

Chlorospingus pileatus | Salvin, 1865

Salvin beschreef de soort in 1865 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Chlorospingus werd in 1851 ingevoerd door Cabanis. Chlorospingus is Grieks, van khlōros 'groen' en spingos 'vink', naar de olijfgroene bovendelen. pileatus is Latijn voor 'met een kap', naar de donkere kruin met opvallende witte wenkbrauwstreep. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Irazú-vulkaan, Costa Rica.