Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse gorzen › Briltangare

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Briltangare | Chlorospingus flavopectus

Common Chlorospingus | Clorospingo común

De briltangare is een olijfgroene zangvogel van bergbossen, die vroeger tot de tangara's werd gerekend maar tegenwoordig bij de Amerikaanse gorzen wordt ingedeeld. Het is de meest verspreide en talrijkste Chlorospingus van het gidsgebied. Groepjes vormen vaak de kern van gemengde foerageergroepen in het bergbos.

Briltangare (Chlorospingus flavopectus)
Foto: Hans Norelius from Älvsjö, Sweden — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Groepjes laten voortdurend korte, scherpe tsjit- en tsip-roepjes horen. De zang is een snelle reeks hoge, droge tonen die soms overgaat in een korte, kwetterende triller.

Luister: ZangXC1182310

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

13–14 cm. Bovendelen olijfgroen; kop bruingrijs tot donker olijfgrijs, met een witte vlek of korte streep achter het oog. Keel vuilwit met fijne donkere stippels; brede geelolijfgroene borstband; buik wit, flanken olijfgrijs. Snavel donker, vrij kort en spits. De kleur van de kop en het oog en de grootte van de witte oogvlek verschillen per streek. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De witbrauwtangare Chlorospingus pileatus, in de hooglanden van Costa Rica en West-Panama, heeft een roetzwarte kop met een lange witte streep achter het oog. De grijskeeltangare Chlorospingus canigularis heeft een effen grijze keel zonder stippels en geen witte vlek achter het oog. De geelkeeltangare Chlorospingus flavigularis heeft een gele keel en grijze onderdelen zonder gele borstband.

Leefgebied

Vochtig bergbos, nevelwoud en pijn-eikenbos, vooral tussen ongeveer 600 en 2500 meter; ook in bosranden, open plekken met struikgewas en schaduwkoffie. Beweegt in groepjes door de middelste en lagere lagen van het bos en sluit zich vaak aan bij gemengde foerageergroepen. Eet insecten, bessen en andere kleine vruchten.

Verspreiding en trek

Van het oosten en zuiden van Mexico, van San Luis Potosí en Veracruz tot Guerrero, Oaxaca en Chiapas, via de hooglanden van Midden-Amerika tot Panama, en verder in de Andes van Zuid-Amerika tot Bolivia en Noordwest-Argentinië. Ontbreekt op het schiereiland Yucatán en in de lage, droge streken.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In bergbos vaak het eerst opgemerkt door de aanhoudende roepjes van een groepje dat door het bladerdak trekt; waar zulke groepjes zijn, volgen vaak andere soorten van een gemengde foerageergroep.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Wijdverbreid en in geschikt bergbos algemeen; past zich redelijk aan bosranden en schaduwkoffie aan, maar plaatselijk afgenomen door ontbossing.

Wetenschappelijke naam

Chlorospingus flavopectus | (de Lafresnaye, 1840)

De Lafresnaye beschreef de soort in 1840 als Arremon flavo-pectus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Chlorospingus werd in 1851 ingevoerd door Cabanis. Chlorospingus is Grieks, van khlōros 'groen' en spingos 'vink', naar de olijfgroene bovendelen. flavopectus is Latijn, van flavus 'geel' en pectus 'borst', naar de gele borstband. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Bogotá, Colombia.