Alle soorten › Zangvogels › Winterkoningen › Witbuikwinterkoning

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Witbuikwinterkoning | Uropsila leucogastra

White-bellied Wren | Chivirín vientre blanco

De witbuikwinterkoning is een kleine, grijsbruine winterkoning met een witte onderzijde en een witte wenkbrauwstreep, de enige soort in het geslacht Uropsila. Hij leeft in droog en vochtig laaglandbos en struikgewas, vooral aan de Golfkust van Mexico en op het schiereiland Yucatán. Paren zingen vaak beurtelings vanuit dichte begroeiing.

Witbuikwinterkoning (Uropsila leucogastra)
Foto: thibaudaronson — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luid, helder gezang van korte, afwisselende fluitfrasen, vaak in duet. Roept met een droog, ratelend getjirp en scherpe tikkende tonen.

Luister: ZangXC972251

Opname: Whitney Neufeld-Kaiser — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

9–10 cm. Bovendelen grijsbruin, vleugels en korte staart met donkere dwarsbanden; de staart wordt vaak opgewipt. Een smalle witte wenkbrauwstreep boven een donkere oogstreep, wangen wit met fijne donkere streepjes. Onderdelen grotendeels wit, flanken en onderstaartdekveren beigebruin, de onderstaartdekveren met donkere bandjes. Snavel dun en vrij kort. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De zuidelijke huiswinterkoning Troglodytes musculus en de noordelijke huiswinterkoning Troglodytes aedon zijn bruiner, hebben een beigebruine onderzijde en een vage wenkbrauwstreep. De witborstboswinterkoning Henicorhina leucosticta heeft een zeer korte staart, een zwart-wit gestreept gezicht en leeft op de bosbodem. De vlekborstwinterkoning Pheugopedius maculipectus is groter en heeft een zwart gevlekte borst.

Leefgebied

Ondergroei en lagere etages van droog en halfbladverliezend bos, vochtig laaglandbos, oud secundair bos, galerijbos en dicht struikgewas, van zeeniveau tot ongeveer 1000 m. Zoekt in dichte struiken en lianen naar insecten en spinnen. Bouwt een bolvormig nest in een struik.

Verspreiding en trek

Golfkust van Mexico vanaf het noordoosten, door het schiereiland Yucatán tot in Belize en het noorden van Guatemala, met geïsoleerde populaties aan de Pacifische kant van West-Mexico en in Honduras. Komt buiten het gidsgebied niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Geregeld te horen in droog bos op het schiereiland Yucatán, bijvoorbeeld rond Calakmul en in de Petén. Het luide duet verraadt de vogels, die zich daarna vaak laag in de begroeiing laten zien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Vrij algemeen in geschikt bos en struikgewas; gaat achteruit waar bos volledig wordt gekapt.

Wetenschappelijke naam

Uropsila leucogastra | (Gould, 1837)

Gould beschreef de soort in 1837 als Troglodytes leucogastra; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Uropsila werd in 1873 ingevoerd door Sclater & Salvin. Uropsila is Grieks, van oura 'staart' en psilos 'smal, dun', naar het korte, smalle staartje. leucogastra is Grieks, van leukos 'wit' en gastēr 'buik', naar de witte buik. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Tamaulipas, Mexico.