Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse gorzen › Witwanggrondgors
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Witwanggrondgors | Melozone biarcuata
Prevost's Ground Sparrow | Toquí cuatroojos
De witwanggrondgors is een kleine grondgors met een roestbruine kruin en een wit gezicht met zwarte tekening, die op de grond leeft in struikgewas en koffieplantages. Hij komt alleen in het noordelijke deel van Midden-Amerika voor, van Chiapas tot Honduras. De nauw verwante cabanis' grondgors van Costa Rica gold lange tijd als dezelfde soort.
Geluid
De zang is een korte reeks hoge, dunne fluittonen en tikken. De roep is een hoog, dun tsip; paartjes houden contact met zachte, piepende tonen.
Opname: Alfonso Auerbach — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
14–16 cm. Kruin en nek roestbruin. Gezicht wit, met een zwarte vlek voor het oog, een zwarte halve maan onder het oog en een zwarte vlek op de achterwang, waardoor de kop een gevlekt patroon heeft. Keel wit, met een zwarte vlek midden op de borst. Bovendelen olijfbruin, buik wit, flanken olijfgrijs. Snavel donker. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn vaal met een bruinachtig gezicht.
Verwarringssoorten
De witoorgrondgors Melozone leucotis heeft een zwarte kop met witte vlekken en een zwarte keel en borst, en leeft meestal hoger en in vochtiger terrein. De cabanis' grondgors Melozone cabanisi lijkt er sterk op maar leeft alleen in de Centrale Vallei van Costa Rica, ver buiten het gebied van de witwanggrondgors. De roestnekgors Melozone kieneri (Mexico, niet in Chiapas) heeft een grijze wang, geen wit gezicht en een dunne zwarte baardstreep.
Leefgebied
Struikgewas, heggen, randen van droog en halfvochtig bos, secundaire begroeiing en koffieplantages met dichte ondergroei, op de Pacifische helling en in de binnenlandse dalen, vooral tussen ongeveer 500 en 1800 m. Zoekt op de grond, krabbend tussen het blad, naar insecten en zaden.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Endemisch in het gidsgebied: Chiapas (Mexico), Guatemala, El Salvador en het westen van Honduras.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In Guatemala geregeld te zien in koffieplantages en struikrijke tuinen rond Antigua; komt vroeg in de ochtend kort tevoorschijn op paden en randen van akkers.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC). Vrij algemeen in geschikt struikgewas; plaatselijk achteruit waar struikgewas en schaduwkoffie verdwijnen.
Wetenschappelijke naam
Melozone biarcuata | (Prévost & des Murs, 1842)
Prévost & des Murs beschreef de soort in 1842 als Pyrgita biarcuata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Melozone werd in 1850 ingevoerd door Reichenbach. Melozone is Grieks, van mēlon 'wang' en zōnē 'gordel, band', naar de getekende wangen van de typesoort. biarcuata is Latijn, van bi- 'twee' en arcuatus 'boogvormig', naar de twee bogen in de gezichtstekening. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Guatemala (later aangewezen).



