Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse gorzen › Witwanggrondgors

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Witwanggrondgors | Melozone biarcuata

Prevost's Ground Sparrow | Toquí cuatroojos

De witwanggrondgors is een kleine grondgors met een roestbruine kruin en een wit gezicht met zwarte tekening, die op de grond leeft in struikgewas en koffieplantages. Hij komt alleen in het noordelijke deel van Midden-Amerika voor, van Chiapas tot Honduras. De nauw verwante cabanis' grondgors van Costa Rica gold lange tijd als dezelfde soort.

Witwanggrondgors (Melozone biarcuata)
Foto: Raúl Trujillo Tovar — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

De zang is een korte reeks hoge, dunne fluittonen en tikken. De roep is een hoog, dun tsip; paartjes houden contact met zachte, piepende tonen.

Luister: ZangXC295632

Opname: Alfonso Auerbach — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

14–16 cm. Kruin en nek roestbruin. Gezicht wit, met een zwarte vlek voor het oog, een zwarte halve maan onder het oog en een zwarte vlek op de achterwang, waardoor de kop een gevlekt patroon heeft. Keel wit, met een zwarte vlek midden op de borst. Bovendelen olijfbruin, buik wit, flanken olijfgrijs. Snavel donker. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn vaal met een bruinachtig gezicht.

Verwarrings­soorten

De witoorgrondgors Melozone leucotis heeft een zwarte kop met witte vlekken en een zwarte keel en borst, en leeft meestal hoger en in vochtiger terrein. De cabanis' grondgors Melozone cabanisi lijkt er sterk op maar leeft alleen in de Centrale Vallei van Costa Rica, ver buiten het gebied van de witwanggrondgors. De roestnekgors Melozone kieneri (Mexico, niet in Chiapas) heeft een grijze wang, geen wit gezicht en een dunne zwarte baardstreep.

Leefgebied

Struikgewas, heggen, randen van droog en halfvochtig bos, secundaire begroeiing en koffieplantages met dichte ondergroei, op de Pacifische helling en in de binnenlandse dalen, vooral tussen ongeveer 500 en 1800 m. Zoekt op de grond, krabbend tussen het blad, naar insecten en zaden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Endemisch in het gidsgebied: Chiapas (Mexico), Guatemala, El Salvador en het westen van Honduras.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Guatemala geregeld te zien in koffieplantages en struikrijke tuinen rond Antigua; komt vroeg in de ochtend kort tevoorschijn op paden en randen van akkers.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Vrij algemeen in geschikt struikgewas; plaatselijk achteruit waar struikgewas en schaduwkoffie verdwijnen.

Wetenschappelijke naam

Melozone biarcuata | (Prévost & des Murs, 1842)

Prévost & des Murs beschreef de soort in 1842 als Pyrgita biarcuata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Melozone werd in 1850 ingevoerd door Reichenbach. Melozone is Grieks, van mēlon 'wang' en zōnē 'gordel, band', naar de getekende wangen van de typesoort. biarcuata is Latijn, van bi- 'twee' en arcuatus 'boogvormig', naar de twee bogen in de gezichtstekening. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Guatemala (later aangewezen).