Alle soorten › Zangvogels › Zeledonia's › Zeledonia

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Zeledonia | Zeledonia coronata

Wrenthrush | Reinita de Zeledón

De zeledonia is een kleine, gedrongen, bijna staartloze zangvogel van de ondergroei van de hoogste bergbossen van Costa Rica en het westen van Panama. Hij leeft verborgen in dichte bamboe en op de vochtige bosbodem en is vaker te horen dan te zien. De soort wordt in een eigen familie geplaatst, de Zeledoniidae, die het nauwst verwant is aan de Amerikaanse zangers.

Zeledonia (Zeledonia coronata)
Foto: Anthony Batista — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een zeer hoog, dun en doordringend tsiiet, vaak herhaald en moeilijk te lokaliseren. De zang is een korte reeks hoge, ijle fluittonen.

Luister: ZangXC956484

Opname: Beth Cottam — CC0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

11–12 cm. Klein en rond, met een korte staart, korte, ronde vleugels en lange, slanke poten. Kruin oranje tot goudbruin, aan de zijkanten begrensd door een smalle zwarte streep. Voorhoofd, gezicht en onderdelen leigrijs. Bovendelen, vleugels en staart donker olijfbruin. Snavel kort, dun en zwart. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer en bruiner, met een olijfkleurige kruin. Beweegt met snelle sprongetjes en trekt vaak met de vleugels.

Verwarrings­soorten

De costaricaanse tapaculo Scytalopus argentifrons leeft in dezelfde ondergroei en is even klein en kortstaartig, maar geheel donker leigrijs met een zilverwit voorhoofd en zonder oranje kruin. De grijze boswinterkoning Henicorhina leucophrys heeft een witte wenkbrauwstreep, een gestreepte zijkop en een bruine rug. De bergdwerglijster Catharus frantzii heeft ook een roestkleurige kruin, maar is veel groter, met een langere staart en een grijze onderzijde zonder leigrijs gezicht.

Leefgebied

Dichte ondergroei van vochtig bergregenwoud en eikenbos, vooral bamboe (Chusquea), varens en mosrijke ravijnen, tot aan de rand van de páramo, meestal boven ongeveer 1800 m en tot ongeveer 3400 m. Zoekt op de grond en laag in de begroeiing naar insecten en andere kleine ongewervelden. Het nest is een bolvormig bouwsel van mos met een zij-ingang, in een oever of tussen wortels.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Endemisch voor het gidsgebied: hooggebergte van Costa Rica (Cordillera de Tilarán, Cordillera Central en Cordillera de Talamanca) en het westen van Panama (Chiriquí en de aangrenzende bergen tot in Veraguas).

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Te vinden langs rustige bospaden in bamboe op de Cerro de la Muerte en in Parque Nacional Los Quetzales in Costa Rica en op de Volcán Barú in Panama; het meest kans in de vroege ochtend, door geduldig te luisteren naar de hoge roep en de grond onder de bamboe af te zoeken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Klein verspreidingsgebied, maar een groot deel ligt in beschermde gebieden; plaatselijk vrij algemeen, al wordt hij weinig gezien.

Wetenschappelijke naam

Zeledonia coronata | Ridgway, 1889

Ridgway beschreef de soort in 1889 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Zeledonia voerde hij in datzelfde werk in. Zeledonia eert de Costaricaanse ornitholoog José Castulo Zeledón (1846–1923), grondlegger van de vogelkunde in Costa Rica. coronata is Latijn voor 'gekroond', naar de oranjebruine kruin. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit kratermeer van de Poás-vulkaan, Costa Rica.