Alle soorten › Zangvogels › Spindalissen › Westelijke spindalis

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Westelijke spindalis | Spindalis zena

Western Spindalis | Tángara cabeza rayada

De westelijke spindalis is een kleine, gedrongen vruchteneter met een zwart-wit gestreepte kop bij het mannetje. Het zwaartepunt van zijn verspreiding ligt op de Bahama's, Cuba en Grand Cayman; in het gidsgebied leeft alleen een eigen ondersoort op het eiland Cozumel voor de kust van Quintana Roo. De spindalissen vormen samen een eigen familie, de Spindalidae.

Westelijke spindalis (Spindalis zena)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een zeer hoog, dun tsiet. De zang is een reeks ijle, hoge, insectachtige tonen, vaak vanuit een boomkruin.

Luister: ZangXC997901

Opname: FREDERIC Lionel — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

15–17 cm. Mannetje met zwarte kop en twee brede witte strepen: een wenkbrauwstreep en een streep onder het oog. Keel geel met een smalle zwarte middenstreep; nek, borst en stuit oranje tot roestoranje, buik grijswit. Rug olijfgroen. Vleugels zwart met witte randen en een witte vlek aan de basis van de handpennen; staart zwart met wit in de buitenste pennen. Het vrouwtje is dof olijfgrijs, met vage lichte strepen op de kop en een kleine witte vleugelvlek. Snavel kort en kegelvormig, grijs.

Verwarrings­soorten

Op Cozumel heeft het mannetje geen echte dubbelganger. Het suikerdiefje Coereba flaveola heeft ook een donkere kop met een witte wenkbrauwstreep en een gele borst, maar is kleiner, met een dunne, gebogen snavel en zonder oranje. Het vrouwtje kan lijken op het vrouwtje van de zomertangare Piranga rubra, die in de winter op Cozumel verblijft, maar die is groter en egaal geelolijf, met een zwaardere, lichte snavel en zonder kopstrepen.

Leefgebied

Halfbladverliezend bos, bosranden, struikgewas, tuinen en erven met vruchtbomen op Cozumel. Eet vooral vruchten en bessen, aangevuld met bloemen, knoppen en insecten; komt vaak samen met andere vruchteneters in vruchtdragende bomen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Bahama's, Cuba en Isla de la Juventud, Grand Cayman en Cozumel; uitzonderlijk in het zuiden van Florida. In het gidsgebied alleen op Cozumel (Quintana Roo), waar een eigen ondersoort leeft.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Cozumel het best te vinden bij vruchtdragende bomen langs bosranden en in tuinen, bijvoorbeeld rond de ruïnes van San Gervasio en bij El Cedral; vaak eerst te horen aan de hoge roep.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Op Cozumel een vrij algemene standvogel; orkanen kunnen het bos en de vruchtbomen tijdelijk ernstig beschadigen.

Wetenschappelijke naam

Spindalis zena | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Fringilla Zena; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Spindalis werd in 1837 ingevoerd door Jardine & Selby. Spindalis komt van het Griekse spindalos of pindalos, een onbekende Indiase vogel die verwant zou zijn aan de attagas (een hoen). zena komt van het Griekse zēna of zēnē, een soort vink, waarschijnlijk de putter. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit New Providence, Bahama's.