Alle soorten › Steltloperachtigen › Plevieren › Zilverplevier

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae

Zilverplevier | Pluvialis squatarola

Black-bellied Plover | Chorlito gris

De zilverplevier is de grootste plevier van het gidsgebied, een zware, grijze kustvogel met een korte, dikke snavel en grote donkere ogen. Hij broedt op de arctische toendra en is langs beide kusten van Mexico en Midden-Amerika een algemene wintergast en doortrekker op slikken, stranden en zoutpannen. Meestal staat hij alleen of in kleine, losse groepen verspreid over het slik.

Zilverplevier (Pluvialis squatarola)
Foto: Dick Daniels (http://theworldbirds.org/) — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een klagend, driedelig fluitje dat in het midden daalt en weer stijgt, zoals tlie-oe-ie, ver dragend over het slik en vaak te horen bij het opvliegen.

Luister: Nachtelijke vluchtroepXC1185855

Opname: MERCIER Christophe — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

27–30 cm. In winterkleed grijs met fijne lichte en donkere vlekjes op de bovendelen, een vaag gestreepte grijze borst en een witte buik; de kop toont een lichte wenkbrauwstreep zonder sterk contrast. Jonge vogels zijn regelmatiger gestippeld, met een lichtgele zweem op rug en vleugel. In het voorjaar krijgen vogels die naar het noorden vertrekken het zwarte gezicht en de zwarte borst en buik van het broedkleed, met een witte rand langs kop en hals en een zilvergrijs geblokte rug. In de vlucht kenmerkend: een witte vleugelstreep, een witte stuit en vooral de zwarte oksels aan de onderkant van de vleugel, in elk kleed zichtbaar.

Verwarrings­soorten

De Amerikaanse goudplevier Pluvialis dominica is kleiner en slanker, met een kleinere kop en snavel, bruinere of goudgeel getinte bovendelen en een opvallender lichte wenkbrauwstreep; in de vlucht ontbreken de zwarte oksels en de witte stuit. De kanoet Calidris canutus is vergelijkbaar grijs, maar heeft een langere, rechte snavel en kortere poten en foerageert in dichte groepen met een gelijkmatig pikkende beweging. De wilsons plevier Anarhynchus wilsonia is veel kleiner en bruin, met één borstband.

Leefgebied

Getijdenvlakten, modderbanken, ondiepe lagunes, zoutpannen en zandstranden, ook garnalenkwekerijen en de randen van mangrove; op de trek soms aan de oevers van meren in het binnenland. Foerageert in de typische plevierenstijl: een paar passen lopen, stilstaan, rondkijken en dan pikken naar wormen, kreeftjes en schelpdiertjes. Bij hoogwater verzamelen de vogels zich op hogere zandplaten, dijkjes of droge zoutpannen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Langs de hele Pacifische kust van Baja California en de Golf van Californië tot Panama, en langs de Atlantische kust van Tamaulipas over Veracruz en het schiereiland Yucatán tot Belize, Honduras en de Caribische kust van Panama. Het talrijkst op de grote slikvlakten aan de Pacifische kant, zoals in de lagunes van Sinaloa en Nayarit, de Golf van Fonseca en de Bocht van Panama. Buiten het gidsgebied broedt de soort rond de Noordpool, in Alaska, Arctisch Canada en Noord-Rusland, en overwintert ze langs kusten over vrijwel de hele wereld.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Slikken bij laagwater, zoals in de Bocht van Panama bij Panama-Stad, de lagunes van Marismas Nacionales in Nayarit en de zoutpannen van Celestún en Ría Lagartos in Yucatán. Bij hoogwater zijn de groepen op de rustplaatsen het best te tellen. Op afstand helpt het silhouet: groot, rechtop en grof gebouwd, met een korte, zware snavel.

Staat van instandhouding

Wereldwijd kwetsbaar. De wereldpopulatie neemt af, vooral door verlies en verstoring van slikvlakten langs de trekroutes. In het gidsgebied gaan slik en kwelder verloren aan garnalenkwekerijen, havens en kustbebouwing, onder meer rond de Bocht van Panama.

Wetenschappelijke naam

Pluvialis squatarola | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Tringa Squatarola; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pluvialis werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Pluvialis is Latijn voor 'van de regen', van pluvia 'regen', naar het oude geloof dat deze plevieren samendromden wanneer er regen op komst was. squatarola is een gelatiniseerde vorm van sgatarola, een Venetiaanse naam voor een soort plevier. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.