Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Zwarte stormvogel
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Keerkringvogels en watervogels Phaethoquornithes › Water- en moerasvogels Aequornithes
Zwarte stormvogel | Procellaria parkinsoni
Black Petrel | Petrel de Parkinson
De zwarte stormvogel broedt alleen op twee eilanden voor het Noordereiland van Nieuw-Zeeland, maar brengt de broedloze maanden door in het oosten van de tropische Stille Oceaan. Zo bereikt de soort de wateren ver voor de Pacifische kust van het gidsgebied, aan de andere kant van de oceaan. Vanaf het land wordt ze vrijwel nooit gezien.
Geluid
Op zee meestal stil. In de kolonies 's nachts klepperende en kreunende roepen.
Opname: Dan Lane — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
46 cm, een vrij grote, geheel zwartbruine stormvogel met een kort, rond lichaam, lange vleugels en een korte, wigvormige staart. De snavel is stevig en licht hoornkleurig tot ivoorwit, met een donkere punt, en valt tegen het donkere verenkleed goed op. Poten en voeten zwart. Bij goed licht glanzen de basis van de handpennen aan de onderzijde zilverachtig. Vliegt rustig en vrij zwaar, met reeksen trage slagen en glijvluchten, en volgt vaak vissersboten en groepen dolfijnen.
Verwarringssoorten
De grauwe pijlstormvogel Ardenna grisea heeft een lange, dunne, donkere snavel, een duidelijke zilverwitte baan midden over de ondervleugel en een snellere, stijvere vleugelslag. De donkere vorm van de wigstaartpijlstormvogel Ardenna pacifica heeft een dunne, donkergrijze snavel, een lange, spitse staart en vleeskleurige poten. De kleine wigstaartpijlstormvogel Puffinus nativitatis is duidelijk kleiner, met een dunne, donkere snavel.
Leefgebied
Open, diepe oceaan ver uit de kust. Eet vooral inktvis, maar ook vis en kreeftachtigen, die aan het oppervlak worden gepakt of met korte duiken worden gevangen; zoekt vaak voedsel bij groepen dolfijnen en scholen tonijn. Broedt in holen in bos op heuvelruggen van de broedeilanden.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Ver op zee voor de Pacifische kust van het gidsgebied, vooral van de wateren voor Oaxaca en Chiapas tot voor Costa Rica en Panama; verder naar het noorden zeldzaam. Waarnemingen komen vrijwel alleen van schepen, zodat de verspreiding op zee onvolledig bekend is. Buiten het gidsgebied broedt de soort alleen op Great Barrier Island en Little Barrier Island in het noorden van Nieuw-Zeeland, en overwintert ze in het oosten van de tropische Stille Oceaan, zuidelijk tot Ecuador en Peru.
- Zomergast (ca. apr–sep)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Pelagische tochten naar diep water voor Costa Rica, Panama of het zuiden van Mexico in de noordelijke zomer bieden de beste kans, vooral bij groepen dolfijnen en tonijn. Een geheel donkere, gedrongen stormvogel met een lichte snavel met een donkere punt is het beste kenmerk.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar. De wereldpopulatie is klein en broedt op slechts twee eilanden. Vroeger hebben ingevoerde katten en ratten de kolonies sterk getroffen; de belangrijkste bedreiging is nu bijvangst in de beuglijn- en sleepnetvisserij rond Nieuw-Zeeland en in de wateren waar de vogels overwinteren.
Wetenschappelijke naam
Procellaria parkinsoni | Gray, 1862
Gray beschreef de soort in 1862 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Procellaria werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Procellaria komt van het Latijnse procella, 'storm' — zeelieden brachten stormvogels in verband met stormweer op zee. parkinsoni eert de Schotse natuurtekenaar Sydney Parkinson (ca. 1745–1771), die met James Cook op diens eerste reis meevoer. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Nieuw-Zeeland.
