Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Zwartkeelklauwiertangare

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Zwartkeelklauwiertangare | Lanio aurantius

Black-throated Shrike-Tanager | Tángara garganta negra

De zwartkeelklauwiertangare is een forse tangare met een haaksnavel, die rechtop op een tak in de middenlaag van vochtig laaglandbos zit. Hij vormt vaak de kern van gemengde groepen bosvogels en waarschuwt met luide roepen bij gevaar. Het verspreidingsgebied ligt geheel in het gidsgebied, van het zuidoosten van Mexico tot in Honduras.

Zwartkeelklauwiertangare (Lanio aurantius)
Foto: Amado Demesa — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Roept luid en doordringend, met scherpe, fluitende tonen zoals tsjiew en een hoge, dalende pie-tsjoe; de roepen zijn een waarschuwing voor de hele groep.

Luister: ZangXC819222

Opname: Pritam Baruah — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

19–20 cm. Forse tangare met een stevige, aan de punt omlaag gehaakte snavel met een tandje, en een vrij lange staart. Mannetje met een zwarte kop en keel; rest van het lichaam okergeel, op borst en mantel warmer okerbruin; vleugels en staart zwart. Vrouwtje van boven olijfbruin, van onderen warm okerkleurig, met roodbruine vleugels en staart.

Verwarrings­soorten

De witkeelklauwiertangare Lanio leucothorax, die van Honduras zuidwaarts voorkomt, heeft bij het mannetje een witte keel. Het mannetje van de zwartborsttroepiaal Icterus prosthemelas heeft eveneens een zwarte kop en een geel lichaam, maar een spitse snavel en een zwarte rug. Het vrouwtje lijkt op miertangares zoals de rode miertangare Habia rubica, die geen haaksnavel hebben en minder rechtop zitten.

Leefgebied

Middenlaag en lagere boomkronen van vochtig, altijdgroen laaglandbos en voetheuvelbos, vooral onder 800 m; ook hoog secundair bos. Vangt grote insecten in de vlucht of van bladeren, en pakt geregeld prooien die door andere vogels in de groep zijn opgeschrikt.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Zuidoosten van Mexico, van het zuiden van Veracruz en het noorden van Oaxaca door Tabasco, Chiapas en het zuiden van het schiereiland Yucatán, en verder in Belize, Guatemala en het noorden van Honduras. Komt buiten het gidsgebied niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de bossen van Tikal en Palenque te vinden in gemengde groepen in de middenlaag; de scherpe waarschuwingsroep verraadt vaak een groep voordat de vogels te zien zijn.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Plaatselijk vrij algemeen in ongestoord bos, maar gevoelig voor ontbossing en versnippering.

Wetenschappelijke naam

Lanio aurantius | de Lafresnaye, 1846

De Lafresnaye beschreef de soort in 1846 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Lanio werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Lanio is Latijn voor 'slager', naar de klauwierachtige haaksnavel met tand. aurantius is Latijn voor 'oranje', naar het oranjegele lichaam van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit 'Colombia' (onjuist; Guatemala voorgesteld).