Alle soorten › Steltloperachtigen › Vorkstaartplevieren
Vorkstaartplevieren | Glareolidae
Pratincoles and coursers | Canasteras y corredores
Een korte, op de rug gebogen snavel met een wijde bek verbindt twee heel verschillende manieren van leven binnen één familie: soorten die op lange, spitse vleugels en met een gevorkte staart insecten uit de lucht happen, en soorten die op lange poten over kale grond rennen en hun prooi al lopend oppikken. Alle horen thuis in droog, open terrein — steppe, opgedroogde modder, zandige rivieroevers — en de achterteen is klein of ontbreekt. Twee tot vier goed gecamoufleerde eieren worden zonder nestmateriaal op de kale bodem gelegd, bij de vliegend jagende soorten vaak in kolonies. De jongen lopen al snel mee, maar worden nog weken door de ouders gevoerd.
Inheemse soorten 4 soorten
Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.
Glareola 3 soorten
-

Steppevorkstaartplevier
Glareola nordmanni
Akkers en irrigatielandbouw
Garrigue en kruidensteppe
Zoutmeren, chotts en sebkha's
-

Vorkstaartplevier
Glareola pratincola
Zoutmeren, chotts en sebkha's
Akkers en irrigatielandbouw
Riet- en moerasgebieden
-

Kleine vorkstaartplevier
Glareola lactea
Lagunes, stranden en getijdenvlakten
Stuwmeren en kunstmatig water
Rivieren en Nijldelta
Dwaalgasten 1 soort
Verdwaalde vogels uit andere werelddelen. Ze hebben hier geen verspreiding en dus geen verspreidingskaart.




