Alle soorten › Steltloperachtigen › Vorkstaartplevieren › Oosterse vorkstaartplevier
Oosterse vorkstaartplevier | Glareola maldivarum
Oriental Pratincole | Canastera oriental
De Aziatische tegenhanger van de vorkstaartplevier, die broedt van India tot Oost-Azië en in Zuidoost-Azië en Australië overwintert. In het gidsgebied is hij een dwaalgast, die bijna alleen in de Emiraten met enige regelmaat opduikt, meestal tussen groepen andere vorkstaartplevieren.
Geluid
Een hard, sternachtig tsjik-tsjik en een ratelend kirri-kirri, vooral in de vlucht; nauwelijks te onderscheiden van de roep van de andere vorkstaartplevieren.
Opname: 王自堃 — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Bovendelen olijfbruin, buik wit, met een warme oranjebruine gloed op de borst die naar de flanken vervaagt. De keel is okerbeige en omlijst door een smalle zwarte rand; de snavel is zwart met een rode basis. Stuit wit, staart zwart en slechts ondiep gevorkt: in rust steken de vleugelpunten duidelijk voorbij de staartpunt uit. In vlucht is de ondervleugel kastanjebruin en ontbreekt een witte achterrand aan de armpennen. Jonge vogels zijn geschubd en hebben een vage keelrand.
Verwarringssoorten
De vorkstaartplevier (Glareola pratincola) heeft eveneens een kastanjebruine ondervleugel, maar een smalle witte achterrand aan de arm en een langere staart, waarvan de punten in rust tot aan of voorbij de vleugelpunten reiken. De steppevorkstaartplevier (Glareola nordmanni) mist de witte achterrand ook, maar heeft een zwarte ondervleugel en is donkerder van boven. De korte staart en de oranjetint op de borst wijzen op de oosterse, maar alleen de combinatie van ondervleugel, achterrand en staartlengte is beslissend.
Leefgebied
Broedt op kale, opdrogende vlakten, zilte steppen en rivieroevers; buiten de broedtijd boven rijstvelden, natte graslanden en slikken. Dwaalgasten in het gidsgebied werden vooral gezien op pivotvelden, graslanden, rioolwaterplassen en de randen van zoutvlakten, vaak samen met vorkstaartplevieren of steppevorkstaartplevieren.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Zeldzame dwaalgast in het oosten van het gebied. De meeste gevallen komen uit de Emiraten, waar sinds het begin van de jaren negentig ongeveer tien vogels zijn gezien, onder meer rond Dubai en Abu Dhabi, sommige wekenlang ter plaatse. In Oman een handvol gevallen. In Koeweit een vogel bij de pivotvelden van Sulaibiya in maart 2008, en vermoedelijk opnieuw enkele vogels in een grote groep steppevorkstaartplevieren in april 2009. In Israël één geval: een groepje bij de zuiveringsvijvers van Beersheva in oktober 1999. Niet bekend uit Noord-Afrika. Daarbuiten broedt hij van Pakistan en India door Oost- en Zuidoost-Azië tot Mantsjoerije en de Filipijnen en overwintert hij in Zuidoost-Azië, Indonesië en Noord-Australië.
Hoe en wanneer kijken
Controleer in de Emiraten elke groep vorkstaartplevieren op pivotvelden en bij zuiveringsplassen, vooral in de nazomer en het najaar: let op een vogel met opvallend korte staart en oranje borst, en probeer vluchtfoto's van de ondervleugel en de achterrand van de arm te maken. Meld een waarneming met foto's aan de nationale commissie voor zeldzaamheden.
Staat van instandhouding
Dwaalgast in het gidsgebied, met naar schatting vijftien tot twintig gevallen in totaal, vooral uit de Emiraten (sinds 1992); in Koeweit, Oman en Israël slechts een tot enkele gevallen. Wereldwijd niet bedreigd, met een populatie van miljoenen vogels, maar de trend is dalend door het verlies van wetlands en het intensiveren van de landbouw in Azië.
Wetenschappelijke naam
Glareola maldivarum | Forster, 1795
Forster beschreef de soort in 1795 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Glareola werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Glareola is een Latijns verkleinwoord van glarea 'grind', naar de kale grindige grond waarop vorkstaartplevieren broeden. maldivarum betekent 'van de Malediven', naar de zee bij die eilanden, waar het beschreven exemplaar vandaan kwam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit volle zee ter hoogte van de Malediven.


