Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Gierzwaluwen › Afrikaanse palmgierzwaluw
Afrikaanse palmgierzwaluw | Cypsiurus parvus
African Palm Swift | Vencejo palmero africano
Een uiterst slanke, vale gierzwaluw die in het gidsgebied alleen in de hete kustvlakte van Zuidwest-Arabië voorkomt. Hij is volledig gebonden aan waaierpalmen: in de hangende bladeren van de doumpalm plakt hij zijn piepkleine nest met speeksel vast, en rond die palmen jagen de vogels in losse groepjes.
Geluid
Een hoog, dun en droog getjilp en getrilder, sirrrrr-sisisi, vaak in koor van een groepje dat rond de nestpalm cirkelt. Klinkt ijler en zachter dan de ratel van de huisgierzwaluw.
Opname: Tony Archer — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Klein en extreem slank, met lange, naaldsmalle vleugels en een lange, diep gevorkte staart die in de vlucht meestal tot één dunne punt wordt gesloten; het silhouet is dat van een dun kruisje. Het verenkleed is egaal grijsbruin zonder witte stuit of witte keelvlek; de keel is hooguit wat lichter grijs. De vlucht is snel en fladderend, met abrupte zwenkingen laag rond palmkruinen en boven velden.
Verwarringssoorten
De huisgierzwaluw (Apus affinis) is gedrongener, donkerder en heeft een brede witte stuit en een rechte staart. De vale gierzwaluw (Apus pallidus) en de gierzwaluw (Apus apus) zijn groter en zwaarder gebouwd, met bredere vleugels en een korte staartvork. Zwaluwen zoals de vale rotszwaluw (Ptyonoprogne obsoleta) hebben bredere, minder spitse vleugels en een korte, vierkante staart met witte vlekjes.
Leefgebied
Hete laaglanden en lage wadi's met doumpalmen, dadelpalmtuinen en aangeplante waaierpalmen in dorpen en steden. Jaagt boven irrigatieakkers, ook boven de cirkelvormige beregeningsvelden, en boven struweel en open water.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Saoedi-Arabië: een vrij schaarse standvogel van de Tihama en de lage wadi's aan de voet van het Asir-gebergte, zuidwaarts vanaf ongeveer al-Wasqah tot de streek van Jizan. Jemen: in de Tihama langs de hele Rode Zeekust en in de lagere wadi's daarboven, plaatselijk vrij algemeen. Elders in het gidsgebied vrijwel onbekend; uit Egypte en Oman zijn geen zekere waarnemingen bekend. Daarbuiten wijdverbreid in Afrika ten zuiden van de Sahara, van Senegal tot Ethiopië en zuidwaarts tot Zuid-Afrika, en op Madagaskar.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Zoek in de Tihama naar een groep doumpalmen of een rij waaierpalmen in een dorp en wacht er in de late middag: de vogels vliegen dan in en uit de hangende bladeren. Boven beregeningsvelden bij Jizan jagen vaak kleine groepjes laag over het gewas.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd en in Afrika algemeen. De kleine Arabische populatie is afhankelijk van palmen; het kappen van doumpalmen wordt deels gecompenseerd door aangeplante sierpalmen in dorpen en langs wegen.
Wetenschappelijke naam
Cypsiurus parvus | (Lichtenstein, 1823)
Lichtenstein beschreef de soort in 1823 als Cypselus parvus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cypsiurus werd in 1843 ingevoerd door Lesson. Cypsiurus komt van het Griekse kupselos, 'gierzwaluw', en oura, 'staart' — naar de lange, diep gevorkte staart. parvus is Latijn voor 'klein' — een kleine, slanke gierzwaluw. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Nubië (Soedan/Egypte).


