Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns › Afrikaanse schaarbek
Afrikaanse schaarbek | Rynchops flavirostris
African Skimmer | Rayador africano
Een opvallende, sternachtige vogel met een unieke snavel: de onderkaak is veel langer dan de bovenkaak, en daarmee scheert hij in vlucht over het wateroppervlak om vis op te scheppen. Het is een soort van de grote Afrikaanse rivieren ten zuiden van de Sahara; in het gidsgebied kwam hij vroeger langs de Nijl in Opper-Egypte voor, maar tegenwoordig is hij hier een uiterst zeldzame dwaalgast.
Geluid
Een scherp, kort kip of kik, vaak in reeksen, en een schril gekef in groepen; vooral te horen bij verstoring van een rustplaats.
Opname: Phil Gregory — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Bovendelen, kap en achterhals donker zwartbruin, voorhoofd, wangen en onderdelen helder wit. De lange, zijdelings platgedrukte snavel is oranjerood met een gelige punt; de onderkaak steekt duidelijk voorbij de bovenkaak uit. Korte rode poten. Buiten de broedtijd is de achterhals witter, waardoor een witte halsband ontstaat. Jonge vogels zijn bruiner met lichte veerranden op de bovendelen en een doffere, kortere snavel. In vlucht lange, smalle vleugels met een witte achterrand en een korte, licht gevorkte staart; vliegt met trage, diepe slagen laag boven het water.
Verwarringssoorten
Door de snavel en de manier van foerageren met geen enkele andere soort in het gebied te verwarren. Op afstand en in rust kan hij doen denken aan een donkere stern, zoals de reuzenstern (Hydroprogne caspia), die ook een rode snavel heeft maar een grijze mantel en zwarte kap. De Amerikaanse zwarte schaarbek (Rynchops niger) komt in het gebied niet voor.
Leefgebied
Grote, rustig stromende rivieren en meren met kale zandbanken en eilandjes, waar hij rust en broedt. Foerageert vooral in de schemering en bij windstil weer, laag boven glad water met de onderkaak in het water. In het gidsgebied te verwachten op de Nijl en het Nassermeer.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In het gidsgebied alleen bekend uit Egypte. In de negentiende eeuw kwam hij geregeld voor langs de Nijl in Opper-Egypte, mogelijk als broedvogel; in de twintigste eeuw werd hij er steeds zeldzamer en sindsdien zijn er slechts enkele waarnemingen, vooral in het zuiden rond het Nassermeer. De jongste gedocumenteerde waarneming dateert uit 2013; een melding bij de piramides van Gizeh in 2022 wordt betwijfeld. Daarbuiten broedt hij langs de grote rivieren en meren van Afrika bezuiden de Sahara, van Senegal en Soedan tot Angola en het noorden van Zuid-Afrika; noordelijk tot de Nijl in Soedan.
Hoe en wanneer kijken
Een waarneming in het gidsgebied is een grote uitzondering. De beste kans biedt het zuiden van het Nassermeer bij Abu Simbel, met zijn zandeilanden, vooral na een periode met veel waarnemingen in Noord-Soedan. Zoek bij zonsopgang en zonsondergang langs de oevers, wanneer de vogels laag over het water scheren.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd, maar de populatie neemt af door het onder water zetten van zandbanken door stuwdammen, verstoring van broedplaatsen door mensen en vee, en schommelende waterstanden. Zijn verdwijning uit Egypte wordt in verband gebracht met de regulering van de Nijl, waardoor de seizoensgebonden zandbanken grotendeels verdwenen.
Wetenschappelijke naam
Rynchops flavirostris | Vieillot, 1816
Vieillot beschreef de soort in 1816 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Rynchops werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Rynchops komt van het Griekse rhunkhos, 'snavel', en ōps, 'gezicht' — een 'snavelgezicht', naar de opvallende snavel met de veel langere ondersnavel. flavirostris komt van het Latijnse flavus, 'geel', en rostrum, 'snavel' — naar de oranjegele snavel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Senegal.

