Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns › Bengaalse stern
Bengaalse stern | Thalasseus bengalensis
Lesser Crested Tern | Charrán bengalí
Een middelgrote kuifstern met een helder oranje snavel, die in het gidsgebied zijn wereldwijde zwaartepunt heeft: op de koraaleilanden voor de Saoedische Golfkust broeden tienduizenden paren. Daarnaast is er een kleine, geïsoleerde Middellandse-Zeepopulatie op twee eilandjes voor de Libische kust, die via Tunesië, Algerije en Marokko naar West-Afrika trekt.
Geluid
Een schel, raspend kriek of kerrik, hoger en schriller dan de roep van de grote stern; in de kolonie een aanhoudend, krassend gekwetter.
Opname: David Darrell-Lambert — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Slank, met lange smalle vleugels en een rechte, betrekkelijk dunne snavel die over de volle lengte oranje tot geeloranje is, zonder donkere punt. In broedkleed loopt de zwarte kap door tot de snavelbasis en eindigt in een korte, ruige kuif; vanaf de zomer wordt het voorhoofd wit. Mantel en bovenvleugel zijn middengrijs, en ook stuit en staart zijn grijs, zodat de rug zonder wit blok in de staart overgaat. Poten zwart. Jonge vogels hebben een geelachtige snavel, bruin geschubde dekveren en een donkere armpenband.
Verwarringssoorten
De grote stern (Thalasseus sandvicensis) is bleker, heeft een zwarte snavel met gele punt en een witte stuit. De grote kuifstern (Thalasseus bergii), die in de Golf en de Rode Zee vaak in dezelfde kolonies broedt, is duidelijk groter en donkerder grijs, met een zware, gebogen geelgroene snavel en een witte rand tussen kap en snavel, ook in broedkleed. De Afrikaanse koningsstern (Thalasseus albididorsalis) en de koningsstern (Thalasseus maximus) aan de Atlantische kust van Marokko zijn groter, bleker op de rug en hebben een dikkere, oranjerode snavel.
Leefgebied
Warme kustwateren: koraalriffen, ondiepe baaien, lagunes en zandbanken, waar hij met stootduiken kleine vis vangt. Broedt in dichte kolonies op lage, kale zand- en koraaleilandjes, vaak samen met grote kuifstern, brilstern en Arabische stern; rust op stranden, zandplaten en havenpieren.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Het zwaartepunt ligt in de Golf: de Saoedische koraaleilanden (Juraid, Jana, Karan, Kurain, Harqus) houden samen ruim 20.000 paren, en er zijn kolonies in Koeweit (Kubbar, Qaru, Umm al Maradim), Bahrein, Qatar en Abu Dhabi. Verder broedt hij op eilanden in de Rode Zee voor Egypte, Saoedi-Arabië en Jemen, en plaatselijk langs de kust van Oman. In de Middellandse Zee broedt een kleine populatie van enkele duizenden paren op de eilandjes Gara en Elba voor de Libische kust; die vogels trekken in het najaar langs Tunesië, Algerije en Marokko via de Straat van Gibraltar naar West-Afrika en komen in het voorjaar terug. In Israël een schaarse doortrekker langs de kust en bij Eilat. Daarbuiten broedt hij in Iran, Somalië en Eritrea en verder oostelijk tot Indonesië, Nieuw-Guinea en Noord-Australië.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Bij de Straat van Gibraltar en de kust bij Tanger (Marokko) trekken in augustus – september geregeld vogels mee met de grote sterns; let op de oranje snavel en de grijze stuit. In de Golf zie je hem in de zomer gemakkelijk bij de corniche van Dammam, in Bahrein en vanaf de kust van Koeweit; bootexcursies naar de koraaleilanden zijn beperkt toegestaan om de kolonies niet te verstoren.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. Doordat een groot deel van de wereldpopulatie op een handvol eilanden broedt, is de soort gevoelig voor verstoring, het rapen van eieren, olieverontreiniging en kustontwikkeling in de Golf. De kleine Libische populatie in de Middellandse Zee is extra kwetsbaar.
Wetenschappelijke naam
Thalasseus bengalensis | (Lesson, 1831)
Lesson beschreef de soort in 1831 als Sterna bengalensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Thalasseus werd in 1822 ingevoerd door Boie. Thalasseus is afgeleid van het Oudgriekse thalassa 'zee'. bengalensis betekent 'van Bengalen', de streek waar het beschreven exemplaar vandaan kwam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de kust van India.


