Alle soorten › Genten en aalscholvers › Genten › Bruine gent

Bruine gent | Sula leucogaster

Brown Booby | Piquero pardo

De gent van de Rode Zee: een chocoladebruine stootduiker met een scherp afgetekende witte buik, die op koraaleilandjes broedt en vaak dicht onder de kust boven riffen jaagt. In de Golf van Aqaba is hij bij Eilat en Aqaba het hele jaar te zien, vaak rustend op boeien en de kooien van viskwekerijen.

Bruine gent (Sula leucogaster)
Foto: Danilo da Castro — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Buiten de kolonie meestal stil. Het mannetje fluit hees en hoog, het vrouwtje toetert en kwaakt luid, kwak-kwak.

Luister: RoepXC927122

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Middelgroot, met een lange, spitse staart, een kegelvormige gele snavel en geelgroene poten. Kop, hals, borst en bovendelen zijn egaal donker chocoladebruin, scherp afgegrensd tegen de witte buik; de ondervleugel is wit met een brede bruine rand. Bij de vorm van de Rode Zee en de Indische Oceaan heeft het mannetje een blauwgrijze naakte huid rond het oog en aan de snavelbasis, het vrouwtje een gele; het vrouwtje is ook groter. Jonge vogels zijn doffer bruin, met een vuil bruingevlekte buik die toch duidelijk lichter is dan de borst, en een grijze snavel. Vliegt laag over het water met snelle slagen en korte glijvluchten en duikt schuin of vanaf geringe hoogte.

Verwarrings­soorten

Jonge maskergenten (Sula dactylatra) hebben een bruine kop maar een witte halsband, witte onderdelen en een bruine rug met lichte veerranden. Bruine roodpootgenten (Sula sula) zijn egaal bruin zonder lichte buik en hebben rode of grijsroze poten. Op afstand kan een bruine gent op een zittende aalscholver (Phalacrocorax carbo) of de Socotra-aalscholver (Phalacrocorax nigrogularis) lijken, maar die hebben een haaksnavel en vliegen met de hals gestrekt en de staart kort.

Leefgebied

Warme kustwateren, koraalriffen, baaien en havens, minder ver op zee dan andere genten. Broedt op de grond op kale of laag begroeide eilandjes en rotsen. Rust graag op boeien, wrakken, palen, steigers en de kooien van viskwekerijen, en vist soms achter boten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Rode Zee: broedt op eilanden langs de hele zee, onder meer voor de zuidkust van Egypte, op de eilanden voor de Saoedische kust tot de Farasan-archipel en voor de Jemenitische Tihama; zwermt in de broedtijd en daarbuiten langs de kust uit, noordwaarts tot in de Golf van Suez. Golf van Aqaba: het hele jaar in kleine aantallen bij Eilat (Israël) en Aqaba (Jordanië), de laatste decennia toegenomen. Golf van Aden: broedt voor de Jemenitische kust; ook rond Socotra. Oman: regelmatige gast langs de kust van de Arabische Zee, vooral in Dhofar en rond Masirah, schaarser in de Golf van Oman. Verenigde Arabische Emiraten: zeldzaam, achttien waarnemingen tussen 1986 en 2022, vooral aan de oostkust; in de rest van de Perzische Golf een dwaalgast. Atlantische Oceaan: zeldzame zwerver van de Kaapverdische kolonies naar Marokko, met waarnemingen bij Cap Ghir in 2020. Broedt verder in alle tropische oceanen.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Vanaf het strand of de boulevard van Eilat en Aqaba, en vanaf boten bij de koraalriffen, zie je ze vaak op boeien en lijnen rusten. Op de veerboot van Jizan naar de Farasan-eilanden zijn ze algemeen, net als langs de kust van Dhofar in de herfst.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, al neemt de populatie plaatselijk af. In de Rode Zee lijden de kolonies onder verstoring, het rapen van eieren, ratten en kustontwikkeling; op zee spelen bijvangst en olievervuiling. Veel broedeilanden liggen in beschermde gebieden, zoals de Farasan-eilanden en het nationaal park Wadi el-Gemal.

Wetenschappelijke naam

Sula leucogaster | (Boddaert, 1783)

Boddaert beschreef de soort in 1783 als Pelecanus Leucogaster; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Sula werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Sula gaat terug op súla, het Oudnoorse en IJslandse woord voor de jan-van-gent; die naam ging over op de genten. leucogaster is Grieks, van leukos 'wit' en gastēr 'buik', naar de witte onderdelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne in Frans-Guyana.