Alle soorten › Genten en aalscholvers › Genten › Maskergent

Maskergent | Sula dactylatra

Masked Booby | Piquero enmascarado

De grootste gent van de tropen, een krachtige, witte stootduiker met een zwart masker die ver op zee jaagt. In het gidsgebied broedt hij op de Hallaniyat-eilanden voor de kust van Dhofar, de enige kolonies van de Arabische Zee; in de zomermoesson foerageert hij in het koele, voedselrijke opwellingswater voor Zuid-Oman.

Maskergent (Sula dactylatra)
Foto: Ronaldo Dilascio — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee stil. In de kolonie fluit het mannetje ijl, het vrouwtje toetert luid en schor, honk.

Luister: RoepXC431821

Opname: Eric S. J. Tan — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Groot en stevig, met een dikke, spitse gele snavel, een zwart naakt masker rond de snavelbasis en het oog, en grijsgroene poten. De volwassen vogel is helder wit met zwarte hand- en armpennen, zodat de hele achterrand van de vleugel zwart is, zwarte grote dekveren aan de schouder en een zwarte staart. De vorm van de westelijke Indische Oceaan (melanops) heeft een donkere ondervleugelrand en een geelachtige snavel. Jonge vogels hebben een bruine kop en bovendelen met een witte halsband en lichte veerranden, witte onderdelen en een witte ondervleugel met donkere randen; ze worden in twee à drie jaar wit. Vliegt met diepe, krachtige slagen en duikt vaak steil van grote hoogte.

Verwarrings­soorten

De jan-van-gent (Morus bassanus) is groter, met witte armpennen en staart en een gele kop; de soorten komen in het gebied vrijwel niet samen voor. De witte vorm van de roodpootgent (Sula sula) is kleiner met een witte staart, rode poten en een zwarte polsvlek onder de vleugel. Jonge bruine genten (Sula leucogaster) hebben een bruine borst en geen witte halsband. De roodsnavelkeerkringvogel (Phaethon aethereus) is ook wit met zwart, maar veel kleiner, met een rode snavel en fijne zwarte bandering op de rug.

Leefgebied

Open, diepe zee, vaak ver uit de kust, boven opwellingsgebieden en plaatsen met scholen vliegende vis en sardines. Broedt op de grond op kale, vlakke eilanden en rotsplateaus. Rust op het water, op eilandjes en soms op schepen en de kooien van viskwekerijen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Oman: broedt in groot aantal op de Hallaniyat-eilanden (Kuria Muria) voor de kust van Dhofar; het hele jaar algemeen op zee voor Dhofar, rond Masirah en tot Ras al-Hadd, schaarser in de Golf van Oman. Jemen: regelmatig op zee in de Golf van Aden en rond Socotra, waar mogelijk ook kleine kolonies zijn. Verenigde Arabische Emiraten: schaarse gast, 46 waarnemingen tussen 1973 en 2022, vooral voor Fujairah en Dibba aan de Golf van Oman. Koeweit: een vogel bij Al Jahra in april 2015. In de zuidelijke Rode Zee zeldzaam; noordelijker een dwaalgast, met een waarneming in Egyptische wateren in 2019. Aan de Atlantische kust van Marokko werd in januari 2006 een dode vogel gevonden tussen Tan-Tan en Chbika. Daarbuiten broedt hij op tropische eilanden in alle oceanen, in de Indische Oceaan van de Seychellen en de Chagos tot West-Australië.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de zomer en herfst zie je ze vaak vanaf de kust van Dhofar, bijvoorbeeld bij Mirbat en Ras Hamar, en vooral tijdens pelagische tochten voor Mirbat. De beste momenten zijn de eerste uren van de ochtend, als de vogels vanuit zee langs de kust trekken.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. De Arabische broedpopulatie is klein en geconcentreerd op een paar eilanden, en daardoor kwetsbaar voor verstoring, ingevoerde roofdieren, olievervuiling en bijvangst in kieuwnetten en langelijnen. De Hallaniyat-eilanden staan op de voorlopige werelderfgoedlijst, onder meer vanwege deze kolonie.

Wetenschappelijke naam

Sula dactylatra | Lesson, 1831

Lesson beschreef de soort in 1831 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Sula werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Sula gaat terug op súla, het Oudnoorse en IJslandse woord voor de jan-van-gent; die naam ging over op de genten. dactylatra combineert Grieks daktulos 'vinger' en Latijn ater 'zwart': 'zwarte vingers', naar de gespreide zwarte vleugelpunten in vlucht. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Ascension (zuidelijke Atlantische Oceaan).