Alle soorten › Stormvogelachtigen › Noordelijke stormvogeltjes › Chinees stormvogeltje
Chinees stormvogeltje | Hydrobates monorhis
Swinhoe's Storm-Petrel | Paíño de Swinhoe
Een geheel donker stormvogeltje dat in de noordwestelijke Stille Oceaan broedt en een groot deel van het jaar in de noordelijke Indische Oceaan doorbrengt. In het gidsgebied is het het gewone stormvogeltje zonder witte stuit van de Arabische Zee; voor Oman worden in het najaar soms tientallen tegelijk gezien, en in de Golf van Eilat duikt het geregeld op.
Geluid
Op zee zwijgzaam. In de kolonies 's nachts een snel, ratelend tsjuk-tsjuk-tsjuk-tsjurrr, vergelijkbaar met het Vaal stormvogeltje, en gesnor uit de holen.
Opname: Haemin Seo — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
Middelgroot, egaal donker chocoladebruin, ook op de stuit, met een duidelijk gevorkte staart die op afstand vaak recht lijkt. Over de bovenvleugel loopt een lichtbruine baan over de dekveren; aan de basis van de buitenste handpennen zijn de schachten wit, wat van dichtbij een klein bleek vlekje geeft. Vleugels lang en gehoekt bij de pols. Vlucht snel en grillig, met plotselinge zwenkingen en korte glijvluchten, sterk lijkend op die van het Vaal stormvogeltje.
Verwarringssoorten
Matsudaira's stormvogeltje (Hydrobates matsudairae), een zeldzame dwaalgast in de Golf van Eilat, is groter, met een tragere vlucht en een grotere, opvallendere witte vlek op de handpennen. Het Wilsons stormvogeltje (Oceanites oceanicus), dat in de Arabische Zee in de zomer veel talrijker is, heeft een helderwitte stuit, een rechte staart en poten die voorbij de staart steken. Het Vaal stormvogeltje (Hydrobates leucorhous) heeft in het Atlantische gebied altijd een witte stuit. De Bulwers stormvogel (Bulweria bulwerii) en de Jouanins stormvogel (Bulweria fallax) zijn eveneens geheel donker, maar veel groter, met een lange wigvormige staart en een rustige, pijlstormvogelachtige vlucht.
Leefgebied
Open zee, zowel ver op de oceaan als boven het continentaal plat en in diepe golven en baaien; volgt soms vissersboten. In de Arabische Zee vooral in de koele, voedselrijke opwellingszone voor Zuid-Oman die tijdens en na de zuidwestmoesson ontstaat.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Oman: regelmatig in de Arabische Zee, het meest in oktober en november tijdens boottochten voor Muscat, Ras al-Hadd, Masirah en Dhofar, maar ook van mei tot september; in de Golf van Oman schaarser. Verenigde Arabische Emiraten: zeldzaam maar waarschijnlijk regelmatig voor de oostkust bij Fujairah, vooral half augustus tot half september, meestal meer dan dertig kilometer uit de kust. Jemen: waarnemingen in de Golf van Aden en rond Socotra in oktober. Israël: in de Golf van Eilat sinds de jaren negentig ruim tien gevallen in vrijwel alle maanden, met een zwaartepunt in juni tot september; waarschijnlijk bijna jaarrond aanwezig in de Golf van Aqaba, en dus ook voor Jordanië en het Egyptische Sinaï te verwachten. Egypte: één waarneming in de Rode Zee in augustus 2023. In de Saoedische en Sudanese Rode Zee nauwelijks gezocht. Daarbuiten broedt de soort op eilanden voor Korea, China, Japan en het Russische Verre Oosten, met het overgrote deel op één eilandje voor Korea; overwintert in de noordelijke Indische Oceaan van Sri Lanka en de Malediven tot de Arabische Zee. Zeer zeldzame dwaalgast in de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan.
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Een pelagische tocht vanuit Muscat of uit een haven in Dhofar in oktober of november is de beste kans, liefst met visafval om de vogels naar de boot te lokken. In Israël worden ze in september gezien vanaf het uitzichtpunt aan de zuidkust van Eilat en tijdens georganiseerde zeetochten; let op de donkere stuit, de gevorkte staart en de witte schachtjes op de handpennen.
Staat van instandhouding
Gevoelig. De wereldpopulatie wordt geschat op minstens 130.000 paren, waarvan het grootste deel op één klein eiland broedt; ingevoerde ratten en katten en verstoring kunnen daar snel grote schade aanrichten, en enkele kolonies zouden afnemen. In het gidsgebied zijn bijvangst en olievervuiling op zee de belangrijkste risico's.
Wetenschappelijke naam
Hydrobates monorhis | (Swinhoe, 1867) (GBIF: Oceanodroma monorhis)
Swinhoe beschreef de soort in 1867 als Thalassidroma monorhis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Hydrobates werd in 1822 ingevoerd door Boie. Hydrobates is Grieks, van hudro- 'water' en batēs 'loper': 'waterloper'. monorhis is Grieks, van monos 'enkel' en rhis 'neus', naar de vergroeide neusbuis. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit nabij Xiamen in Fujian, China.
