Alle soorten › Stormvogelachtigen › Noordelijke stormvogeltjes › Vaal stormvogeltje

Vaal stormvogeltje | Hydrobates leucorhous

Leach's Storm-Petrel | Paíño boreal

Een slank, langvleugelig stormvogeltje van de noordelijke oceanen, dat in het najaar langs de Atlantische kust van Marokko naar de tropische wateren voor West-Afrika trekt. Vanaf het land zie je het vooral na stevige westerstormen; in februari 2023 dreef een storm er onverwacht meer dan honderd tot voor de kust van Israël.

Vaal stormvogeltje (Hydrobates leucorhous)
Foto: Alexis Lours — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee stil. In de kolonie 's nachts een snel, ritmisch, wat lachend gekwetter, kuk-kuk-kuk-kurr-kuk-ku, en uit de holen een lang, spinnend gesnor.

Luister: ZangXC844783

Opname: Doug Hynes — CC BY-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Middelgroot en donker grijsbruin, met lange, bij de pols sterk gehoekte vleugels en een duidelijk gevorkte staart. De witte stuit is V-vormig en wordt in het midden vaak door een grijze lengtestreep gedeeld; hij loopt niet ver door op de zijkanten van de onderstaart. Over de bovenvleugel loopt een opvallende, bleke grijsbruine baan die tot de voorrand van de vleugel reikt. Kop en hals iets grijzer dan de rug. Poten steken niet voorbij de staart. De vlucht is grillig en sternachtig, met diepe slagen, plotselinge zwenkingen en korte glijvluchten op gebogen vleugels; zelden achter schepen.

Verwarrings­soorten

Het Madeirastormvogeltje (Hydrobates castro) heeft een rechte of licht ingesneden staart, een bredere, helderwitte stuitband die verder op de onderstaart doorloopt, een vagere vleugelbaan en een rustiger, pijlstormvogelachtige vlucht. Het Wilsons stormvogeltje (Oceanites oceanicus) is kleiner, met kortere, rechte vleugels, een rechte staart en poten die voorbij de staart steken. Het Stormvogeltje (Hydrobates pelagicus) is veel kleiner en fladderiger, met een witte streep op de ondervleugel. Het Chinees stormvogeltje (Hydrobates monorhis) in de Arabische Zee lijkt in vorm en vlucht sterk, maar heeft een donkere stuit.

Leefgebied

Diepe, open oceaan, buiten de broedtijd vooral boven de continentale helling en in opwellingsgebieden; komt alleen bij harde aanlandige wind dicht onder de kust, in baaien en havens. Broedt in holen op eilanden in de noordelijke Atlantische en Stille Oceaan, niet in het gidsgebied.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Marokko: regelmatige doortrekker en wintergast voor de Atlantische kust, vooral in november, en het best te zien van Cap Spartel en de Straat van Gibraltar tot Cap Ghir en Agadir na westerstormen. Westelijke Sahara: enkele waarnemingen voor Dakhla en verder op zee. In de westelijke Middellandse Zee zeldzaam, voor Algerije en Tunesië nauwelijks gemeld. Israël: vroeger slechts een handvol zekere gevallen, maar op 8 februari 2023 werden na storm Barbara meer dan honderd vogels geteld langs de kust bij Jaffa en Palmachim, met nog vogels in de weken daarna. Libanon: twee vogels in november 2024. Rode Zee: één gevangen vogel in Zuid-Sinaï (augustus 1978); oudere meldingen uit Eilat worden betwijfeld. Verenigde Arabische Emiraten: een dood gevonden vogel bij Sharjah (juni 1969) en één op zee voor Fujairah (mei 2018). Uit Oman geen gevallen. Daarbuiten broedt de soort in Noord-Amerika (met de grootste kolonies op Newfoundland), op IJsland, de Faeröer, in Schotland en Noorwegen, en in de noordelijke Stille Oceaan; Atlantische vogels overwinteren in de tropische Atlantische Oceaan, van West-Afrika tot de wateren voor Zuid-Afrika en Brazilië.

  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Tel zeetrek op een kaap aan de Marokkaanse Atlantische kust in november, op de dagen na een stevige westerstorm; de vogels komen dan dicht onder de kust en zelfs in havens. Let op de diepe staartvork, de gedeelde witte stuit en de grillige, sternachtige vlucht. Controleer na zware winterstormen ook de Israëlische en Libanese kust.

Staat van instandhouding

Kwetsbaar. De wereldpopulatie telt nog miljoenen vogels, maar is sinds de jaren tachtig sterk afgenomen, vooral in de grote kolonies op Newfoundland, door predatie door meeuwen, aantrekking tot kunstlicht en gasfakkels van booreilanden, vervuiling met kwik en plastic en veranderingen in het voedselaanbod op zee. In het gidsgebied zelf zijn er geen specifieke bedreigingen bekend.

Wetenschappelijke naam

Hydrobates leucorhous | (Vieillot, 1818) (GBIF: Oceanodroma leucorhoa)

Vieillot beschreef de soort in 1818 als Procellaria leucorhoa; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Hydrobates werd in 1822 ingevoerd door Boie. Hydrobates is Grieks, van hudro- 'water' en batēs 'loper': 'waterloper'. leucorhous is Grieks, van leukos 'wit' en orrhos 'stuit', naar de witte stuitband. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de kust van Picardië.