Alle soorten › Stormvogelachtigen › Noordelijke stormvogeltjes › Stormvogeltje

Stormvogeltje | Hydrobates pelagicus

European Storm-Petrel | Paíño europeo

De kleinste zeevogel van het gidsgebied, nauwelijks groter dan een huiszwaluw, die als een vleermuis laag over de golven fladdert. De Middellandse Zeevorm melitensis broedt in kleine aantallen op rotseilanden voor Tunesië en mogelijk Algerije; langs de Atlantische kust van Marokko en de Westelijke Sahara trekken vogels uit Noordwest-Europa door op weg naar en van de wateren voor zuidelijk Afrika.

Stormvogeltje (Hydrobates pelagicus)
Foto: 000izquierdoguillem — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee zwijgzaam. In de kolonie klinkt 's nachts uit holen en rotsspleten een lang, spinnend gesnor, urrrrrrr, dat telkens eindigt in een hikje, tsjikka. In de vlucht boven de kolonie een piepend terr-tsjik.

Luister: ZangXC1019292

Opname: David Boyle — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Zeer klein en roetzwart, met een korte, recht afgesneden staart en een helderwitte stuit die tot op de flanken doorloopt. Het beste kenmerk is een witte streep over de ondervleugel, die bij geen enkel ander stormvogeltje van het gebied voorkomt. Bovenvleugel vrijwel egaal donker, met hooguit een smalle, vage lichte baan over de grote dekveren, vooral bij vogels in versleten kleed. De korte, afgeronde vleugels en de poten die niet voorbij de staart uitsteken geven een gedrongen silhouet. Vlucht snel en fladderend, met korte glijvluchten; bij het foerageren hangt hij met de poten op het water.

Verwarrings­soorten

Het Wilsons stormvogeltje (Oceanites oceanicus) is iets groter, heeft lange poten die voorbij de staart steken, een duidelijke lichte baan over de bovenvleugel en geen witte streep op de ondervleugel. Het Vaal stormvogeltje (Hydrobates leucorhous) en het Madeirastormvogeltje (Hydrobates castro) zijn duidelijk groter, met langere, gehoekte vleugels, een gevorkte of ingesneden staart en een vlucht met lange glijpartijen; ook zij missen de witte ondervleugelstreep.

Leefgebied

Open zee, vooral boven het continentaal plat en langs fronten waar voedselrijk water opwelt; volgt graag vissersboten. Broedt in spleten en holen op onbewoonde rotseilanden en in oude muren en grotten aan de kust, die hij alleen in het donker bezoekt.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Tunesië: broedt op de Galite-archipel voor de noordkust, de enige zekere broedplaats in het gidsgebied. Algerije: mogelijk broedvogel op de Habibas-eilanden voor Oran; daarbuiten schaars op zee voor de westkust. Marokko: waarschijnlijk broedvogel aan de Middellandse Zeekust; regelmatige doortrekker in de Straat van Gibraltar en voor de hele Atlantische kust, van Tanger via Cap Ghir en Agadir tot de wateren voor Dakhla in de Westelijke Sahara, in het voor- en najaar soms in groepjes. Libië: enkele waarnemingen in de winter. Israël: zeer zeldzame dwaalgast voor de Middellandse Zeekust (minder dan tien gevallen, onder meer bij Haifa) en sinds juli 2023 ook eenmaal in de Golf van Eilat. Uit Egypte, Libanon, Syrië en de Arabische zeeën vrijwel niet bekend. Daarbuiten broedt de Atlantische vorm van IJsland, de Faeröer en Noorwegen via Groot-Brittannië en Ierland tot Bretagne, Noord-Spanje en de Canarische Eilanden, en de Middellandse Zeevorm op Malta (Filfla), Sicilië, Sardinië, de Balearen en in Griekenland. Atlantische vogels overwinteren voor Namibië en Zuid-Afrika; vogels uit de Middellandse Zee blijven grotendeels in de buurt van de kolonies.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Vanaf de kaap van Cap Ghir of Cap Spartel zie je ze bij aanlandige westenwind laag langs de branding scheren; een boottocht vanuit Agadir of Dakhla in mei of oktober geeft de beste kans op goede beelden. Let op de witte ondervleugelstreep en de korte poten: zo onderscheid je hem van het Wilsons stormvogeltje, dat op dezelfde tochten voorkomt.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. De Middellandse Zeevorm is klein in aantal en afhankelijk van een handvol rattenvrije eilanden; ingevoerde ratten, verstoring, kunstlicht aan de kust en bijvangst vormen de grootste bedreigingen. De kolonie op de Galite-archipel is slecht onderzocht en de omvang ervan is onbekend.

Wetenschappelijke naam

Hydrobates pelagicus | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Procellaria pelagica; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Hydrobates werd in 1822 ingevoerd door Boie. Hydrobates is Grieks, van hudro- 'water' en batēs 'loper': 'waterloper'. pelagicus komt van het Griekse pelagos 'open zee' en betekent 'van de volle zee'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de Zweedse kust.