Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Coromandeleend

Coromandeleend | Nettapus coromandelianus

Cotton Pygmy-Goose | Gansito asiático

Een piepklein, ganzenachtig eendje met een korte snavel en een helderwitte kop en hals, het kleinste eendje dat in het gebied kan opduiken. Thuis in Zuid- en Zuidoost-Azië; in Arabië een schaarse gast, vooral in Oman, op vijvers met drijvende planten.

Coromandeleend (Nettapus coromandelianus)
Foto: JJ Harrison (https://www.jjharrison.com.au/) — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het mannetje geeft in vlucht een knappend, kakelend kwak-kwak-kwakwak of karr-wak; het vrouwtje een zacht kwak. Buiten de broedtijd vaak stil.

Luister: VluchtroepXC1014182

Opname: Sam Hambly — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

30–37 cm, rond en compact met een korte, hoge snavel die aan een gans doet denken. Het mannetje in broedkleed heeft een witte kop en hals met een zwarte kruin, een smalle zwarte halsband, een donkergroen glanzende rug en een witte onderzijde met grijs gestreepte flanken. In eclipskleed en bij het vrouwtje ontbreekt de halsband; het vrouwtje heeft een donkere oogstreep, een vuilwitte kop en bruine bovendelen zonder glans. In vlucht, snel en laag over het water, toont het mannetje een brede witte band over de achterrand van de vleugel; bij het vrouwtje is alleen een smalle witte achterrand zichtbaar.

Verwarrings­soorten

In het gebied nauwelijks te verwarren. Vrouwtjes zouden voor een zomertaling (Spatula querquedula) of wintertaling (Anas crecca) kunnen worden aangezien, maar die hebben een langere, platte snavel, een gestreepte bruine kop en een ander vleugelpatroon. De Afrikaanse dwerggans (Nettapus auritus), daarbuiten verwant, heeft een groene halsvlek en een gele snavel.

Leefgebied

Vijvers, plassen en meren met veel drijvende en ondergedoken waterplanten, zoals waterlelies en waterhyacint, en daarnaast rijstvelden en irrigatieplassen. Foerageert al zwemmend op zaden en plantendelen aan het oppervlak, zelden duikend. In Oman vooral op lagunes en vijvers achter de kust, waterzuiveringsbekkens en oaseplassen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In het gebied het regelmatigst in Oman, met losse vogels of kleine groepjes in het noorden en in Dhofar; daarnaast enkele gevallen in de Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië, Jemen en Irak. Daarbuiten verspreid van Pakistan en India over Bangladesh en Sri Lanka tot Zuid-China, Indochina, de Indonesische archipel en het noordoosten van Australië. Zwerft na de moesson.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zoek in Oman langs de rand van begroeide vijvers en lagunes, bijvoorbeeld de waterzuiveringsplassen bij Muscat en de kustlagunes van Dhofar. De vogels liggen vaak stil tussen de drijvende bladeren en vallen pas op als ze opvliegen en het witte vleugelpatroon tonen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en over het grote areaal wijdverbreid. In het gebied een schaarse, onregelmatige gast in Oman zonder bewezen broedgeval, en elders een dwaalgast.

Wetenschappelijke naam

Nettapus coromandelianus | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Anas coromandeliana; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Nettapus werd in 1836 ingevoerd door Brandt. Nettapus komt van het Griekse nētta, 'eend', en pous, 'voet' — 'eendenvoet', voor deze kleine, ganzachtige eenden. coromandelianus betekent 'van de Coromandelkust', de zuidoostkust van India. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Coromandelkust in India.