Alle soorten › Zangvogels › Leeuweriken › Duponts leeuwerik

Duponts leeuwerik | Chersophilus duponti

Dupont's Lark | Alondra ricotí

Duponts leeuwerik is een van de felst begeerde soorten van Noord-Afrika: een schuwe, lang gesnavelde leeuwerik van vlakke dwergstruiksteppe, die liever wegrent dan opvliegt. Overdag is hij nauwelijks te zien; vóór zonsopgang en in de nacht verraadt hij zich door zijn weemoedige, fluitende zang. Het grootste deel van de wereldpopulatie leeft in de Maghreb.

Duponts leeuwerik (Chersophilus duponti)
Foto: Christoph Moning — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een trage, nasale, weemoedig fluitende frase die eerst stijgt en dan daalt, iets als hoe-hie-hoeiie, vaak herhaald; hij wordt gebracht vanaf een struikje of hoog in de lucht, vooral in de schemering en 's nachts, en is moeilijk te lokaliseren. De roep is een nasaal hoe-iie.

Luister: ZangXC1137339

Opname: Pere Josa — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

17–18 cm, een slanke leeuwerik met een lange, dunne, licht gebogen snavel, een vrij lange hals en een rechtopstaande houding op lange poten. Geen kuif. Bovendelen geschubd door lichte veerranden, borst dicht donker gestreept, buik wit; smalle lichte wenkbrauwstreep en lichte middenkruinstreep. De staart heeft witte buitenranden, de vleugel geen witte achterrand. De nominaatvorm in het noorden van de Maghreb is grijsbruin; de vorm margaritae van de noordelijke Sahararand, van Midden-Algerije tot West-Egypte, is bleker en roestbruin van boven. Seksen gelijk.

Verwarrings­soorten

De witbandleeuwerik (Alaemon alaudipes) is veel groter, met langere poten en staart, een ongestreepte rug en in vlucht een opvallend zwart-wit vleugelpatroon. De kuifleeuwerik (Galerida cristata) en de theklaleeuwerik (Galerida theklae) hebben een spitse kuif en een kortere, dikkere snavel. De kortteenleeuwerik (Calandrella brachydactyla) is kleiner, met een korte kegelsnavel en een ongestreepte borst.

Leefgebied

Vlakke tot zwak glooiende steppe met lage, open dwergstruiken en polgrassen, zoals alfa-steppe en Artemisia-steppe op hoogvlakten, en aan de Sahararand halfwoestijn met verspreide struikjes op zandige of grindrijke bodem. Mijdt bomen, hoge struiken en akkers.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In Marokko broedt hij op de hoogvlakten van het oosten (rond Missour, Tendrara en Bouarfa) en in de vlakten aan de voet van de Midden- en Hoge Atlas, zoals bij Zeida en Midelt. In Algerije op de Hoge Plateaus en de steppen aan de noordrand van de Sahara, in Tunesië in de steppen van het midden en zuiden. De vorm margaritae leeft in de Noord-Sahara van Midden-Algerije via Zuid-Tunesië en Noord-Libië tot de kustwoestijn van West-Egypte, waar hij zeldzaam en slecht bekend is. Daarbuiten broedt hij alleen in Spanje.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Ga in april–mei in de laatste uren van de nacht naar de steppe rond Tendrara of de vlakte van Zeida in Marokko en luister naar de fluitende zang. Na zonsopgang zingt hij steeds minder; zoek dan met de telescoop naar een rennende vogel met lange snavel tussen de struikjes. Blijf op de paden: verstoring en betreding van het broedgebied schaden de soort.

Staat van instandhouding

Kwetsbaar. De soort gaat in zijn hele verspreidingsgebied achteruit door overbegrazing, ontginning van steppe tot akkerland, aanplant van struiken en bomen en versnippering; in Spanje daalde de stand tussen 2008 en 2018 met een derde. De Noord-Afrikaanse populaties zijn veel groter maar slecht onderzocht.

Wetenschappelijke naam

Chersophilus duponti | (Vieillot, 1824)

Vieillot beschreef de soort in 1824 als Alauda Duponti; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Chersophilus werd in 1890 ingevoerd door Sharpe. Chersophilus is Grieks, van khersos 'droge, kale grond' en philos 'liefhebbend': een vogel van dorre vlakten. duponti eert de Franse natuuronderzoeker en handelaar in natuurhistorische voorwerpen Léonard Puech Dupont (1796–1828). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de Provence.