Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Dwerggans

Dwerggans | Anser erythropus

Lesser White-Fronted Goose | Ánsar chico

Een miniatuurkolgans met een gele oogring, een korte roze snavel en een witte bles die hoog op het voorhoofd doorloopt. De dwerggans is een van de meest bedreigde ganzen van Eurazië; in het gebied overwintert hij vooral in Irak, meestal verscholen tussen kolganzen.

Dwerggans (Anser erythropus)
Foto: Iggy — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Hoger en schriller dan de kolgans, snel en piepend, kjoe-jak of kie-kie; in een gemengde troep valt de hoge toon op zodra je erop let.

Luister: VluchtroepXC1101699

Opname: Uku Paal — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Klein en compact, met een ronde, steile kop en een opvallend korte, felroze snavel. De witte bles loopt tot boven het oog omhoog, verder dan bij de kolgans. Een smalle gele oogring is op korte afstand het beste kenmerk. De buik heeft enkele zwarte dwarsbanden, minder dan bij de kolgans. De vleugelpunten steken bij de zittende vogel duidelijk voorbij de staart. Jonge vogels missen bles en buikbanden, maar hebben al de gele oogring en de kleine snavel.

Verwarrings­soorten

De kolgans (Anser albifrons) is groter en langsnaveliger, mist de gele oogring en heeft een bles die bij het oog stopt; in het Midden-Oosten is de kolgans de enige serieuze verwarring. De grauwe gans (Anser anser) is veel groter, bleker en heeft geen bles. Dwergganzen grazen opvallend snel en druk, met snellere kopbewegingen dan kolganzen.

Leefgebied

Overwintert op kort begraasd grasland, oeverweiden, overstroomde vlakten en akkers met jong graan in de buurt van moerassen en meren. Broedt in de bergtoendra en bostoendra van Noord-Scandinavië en Noord-Rusland.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Overwintert in Irak in kleine aantallen, vooral in de moerassen van Mesopotamië en langs Tigris en Eufraat; vroeger ook in Syrië. Daarbuiten zeldzaam tot zeer zeldzaam, met gevallen in Israël, Koeweit en historisch Egypte. Broedt van Noord-Scandinavië tot Oost-Siberië. De westelijke populaties overwinteren vooral in Griekenland, Turkije, Azerbeidzjan, Irak en Iran en rond het Kaspisch Bekken, de oostelijke in China.

  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zoek van december tot februari in Irak troepen kolganzen in de moerassen van Mesopotamië af naar de kleinste vogel met de kortste snavel, en wacht tot die de kop optilt om de gele oogring te zien. In Israël en Koeweit is het een uitzonderlijke vondst, ook dan meestal tussen kolganzen.

Staat van instandhouding

Kwetsbaar. De wereldpopulatie is sterk afgenomen door jacht en verstoring langs de trekroutes en in de overwinteringsgebieden en door verlies van graslanden. Het gebied draagt via Irak bij aan het overwinteringsgebied van de westelijke populatie, maar betrouwbare tellingen zijn schaars en jacht in de moerassen blijft een probleem. Elders dwaalgast.

Wetenschappelijke naam

Anser erythropus | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Anas erythropus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Anser werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Anser is het Latijnse woord voor 'gans'. erythropus is Grieks voor 'roodpotig', van eruthros 'rood' en pous 'voet', naar de oranjerode poten. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit noordelijk Zweden.