Alle soorten › Nachtzwaluwachtigen › Nachtzwaluwen › Effen nachtzwaluw

Effen nachtzwaluw | Caprimulgus inornatus

Plain Nightjar | Chotacabras sencillo

Een middelgrote, opvallend effen getekende nachtzwaluw van de Afrikaanse Sahel en doornsavanne, die als schaarse zomergast broedt in het doornstruweel van de Tihama en de lagere hellingen van het Asirgebergte en Jemen.

Effen nachtzwaluw (Caprimulgus inornatus)
Foto: Jan Ebr & Ivana Ebrová — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een lange, aanhoudende ratel, tjurrrrrr, die doet denken aan de zang van de nachtzwaluw maar zonder de duidelijke toonwisselingen, vanaf de grond of een lage tak. Roep bij opvliegen een kort tsjuk.

Luister: ZangXC915867

Opname: Gregory Askew — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Slank en vrij langstaartig, met een uitzonderlijk egale bovenzijde: grijsbruin, warmbruin of roodbruin naargelang het individu, met slechts fijne donkere streepjes op de kruin en weinig of geen grove vlekken op schouders en vleugeldekveren. De keel heeft een kleine witte of bufkleurige vlek. Het mannetje heeft witte vlekken op de vier buitenste handpennen en witte staarthoeken; bij het vrouwtje zijn de vleugelvlekken bufkleurig en ontbreken witte staarthoeken.

Verwarrings­soorten

De Nubische nachtzwaluw (Caprimulgus nubicus) is kleiner, met een roestige nekband en grote druppelvlekken op de vleugel. De Ethiopische nachtzwaluw (Caprimulgus poliocephalus) van de hooglanden is donkerder en sterk gevlekt, met veel wit in de staart. De nachtzwaluw (Caprimulgus europaeus) heeft een donkere schouderstreep en een veel bontere tekening.

Leefgebied

Droog doornstruweel en acaciasavanne met kale plekken, steenachtige vlakten en de onderste hellingen van de bergen, ook langs akkers en zandwegen. Rust overdag op de grond, vaak in de open zon, waar de effen kleur goed op de ondergrond aansluit.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In het gebied broedt hij in Zuidwest-Saoedi-Arabië, in de Tihama en het doornstruweel aan de voet van het Asirgebergte tussen Al Baha, Abha en Jizan (onder meer bij Abu Arish), en in Jemen in de Tihama en de lagere hellingen; vooral van april tot september aanwezig. In 2025 zijn er waarnemingen gemeld uit het uiterste zuiden van Algerije, aan de rand van de Sahel. Daarbuiten broedt hij in de Sahel van Mauritanië tot Soedan en in Oost-Afrika, en trekt hij buiten de regentijd naar het zuiden.

  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zoek hem in de zomer in het acaciastruweel van de Tihama rond Abu Arish en Jizan, of aan de voet van de escarpment ten westen van Abha. Rijd na zonsondergang langzaam over zandwegen: rustende vogels lichten op in de koplampen.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd en in Afrika wijdverbreid. In Arabië is de soort schaars en weinig onderzocht; omzetting van doornstruweel in landbouwgrond en overbegrazing in de Tihama verminderen het leefgebied.

Wetenschappelijke naam

Caprimulgus inornatus | Heuglin, 1869

Heuglin beschreef de soort in 1869 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Caprimulgus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Caprimulgus is Latijn, van capra 'geit' en mulgere 'melken', naar het oude volksgeloof dat nachtzwaluwen 's nachts geiten leegzogen. inornatus is Latijn voor 'onversierd' of 'effen'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Bogosland in Eritrea.