Alle soorten › Steltloperachtigen › Vechtkwartels › Gestreepte vechtkwartel
Gestreepte vechtkwartel | Turnix sylvaticus
Common Buttonquail | Torillo andaluz
Een klein, kwartelachtig vogeltje dat vrijwel nooit vliegt en zich in dichte begroeiing schuilhoudt. De Noord-Afrikaanse vorm, de Andalusische vechtkwartel, heeft in Marokko zijn laatste bekende populatie in het Middellandse Zeegebied, in een smalle landbouwstrook langs de Atlantische kust.
Geluid
Het vrouwtje roept vooral in de schemering en 's nachts een diep, zoemend hoeoe, als een verre misthoorn of een loeiende koe, enkele seconden lang en met tussenpozen herhaald. Het geluid is moeilijk te lokaliseren en vaak het enige teken van aanwezigheid.
Opname: Campbell Fleming — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Kleiner dan een kwartel, rond en kortstaartig, met een dunne, grijzige snavel en vleeskleurige poten zonder achterteen. Bovendelen warm roestbruin met zwarte en lichte schubben en strepen; de borst is oranjebruin met donkere hartvormige vlekken langs de zijden, de buik wit. Het vrouwtje is groter en feller gekleurd dan het mannetje, dat de eieren uitbroedt en de jongen grootbrengt. In vlucht, meestal maar enkele meters laag over de vegetatie, contrasteren de lichte, zandkleurige vleugeldekveren met de donkere slagpennen.
Verwarringssoorten
De kwartel (Coturnix coturnix) is groter, heeft een gestreepte kop met lichte kruinstreep, geen oranje borst met donkere vlekken en vliegt verder en hoger weg. Bij een kort opvliegende vogel zijn de kleine maat, de lichte vleugeldekveren en het snelle invallen na enkele meters de beste kenmerken.
Leefgebied
In Marokko braakliggende akkers, stoppelvelden, extensieve weiden en lage dwergpalmstruweel (doem) op zandige grond langs de kust; ook randen van tuinbouw- en maïsvelden. Vereist dichte, lage begroeiing met open plekjes. Elders in Afrika en Azië graslanden en savannes.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
De ondersoort sylvaticus is beperkt tot West-Marokko, waar de laatste bekende populatie leeft in de kustvlakte van de Doukkala tussen Sidi Abed en Oualidia. Tellingen in 2011, 2014 en 2017 gaven een daling van ongeveer 1.900 naar 600 vogels en van 270 naar 117 broedende vrouwtjes. Vroeger kwam hij ook voor in de Mamora en elders in Noord-Marokko, in Noord-Algerije en Tunesië; in Algerije werd in 2019 opnieuw een vogel gemeld. In Oman staat de soort als toevallige dwaalgast op de lijst. Daarbuiten leven andere ondersoorten in Afrika bezuiden de Sahara en in Zuid- en Zuidoost-Azië; in Spanje, Portugal en op Sicilië is de Andalusische vechtkwartel uitgestorven (Spanje officieel in 2018).
- Zomergast (ca. apr–sep)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Zoeken heeft alleen zin met plaatselijke kennis en met respect voor de vogel: luister in de schemering in mei–juli langs de akkers tussen Sidi Abed en Oualidia naar het zoemende roepen. Betreed geen velden zonder toestemming en gebruik geen geluid; de populatie is te klein voor verstoring.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd door de grote Afrikaanse en Aziatische populaties, maar de Andalusische ondersoort is ernstig bedreigd: de Marokkaanse populatie neemt sterk af door intensivering van de landbouw (kassen, irrigatie, het verdwijnen van braak en dwergpalmstruweel) en bebouwing van de kuststrook. Onderzoekers achten het voortbestaan zonder dringende beschermingsmaatregelen weinig waarschijnlijk.
Wetenschappelijke naam
Turnix sylvaticus | (Desfontaines, 1789)
Desfontaines beschreef de soort in 1789 als Tetrao sylvaticus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Turnix werd in 1791 ingevoerd door Bonnaterre. Turnix is een verkorting van de geslachtsnaam Coturnix, het Latijnse woord voor 'kwartel'. sylvaticus is Latijn voor 'van het bos', van silva 'bos'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de omgeving van Algiers.

