Alle soorten › Zangvogels › Honingzuigers › Glanshoningzuiger
Glanshoningzuiger | Cinnyris habessinicus
Abyssinian Sunbird | Suimanga brillante
De glanshoningzuiger is een honingzuiger van de droge acaciagebieden van de Hoorn van Afrika. In het gidsgebied is hij alleen bekend van het grensgebied van Egypte met Soedan; de Arabische vogels worden tegenwoordig als aparte soort, de Arabische honingzuiger, behandeld.
Geluid
De roep is een hard, scherp tsjik; de zang is een luide, snelle reeks heldere, metaalachtige noten en trillers.
Opname: David Darrell-Lambert — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
13–14 cm. Vrij groot voor een honingzuiger, met een lange, gebogen snavel. Het mannetje glanst metaalgroen op kop, keel en rug, met een violetblauwe stuit; over de borst loopt een brede, scharlakenrode band, aan de bovenzijde violetblauw afgezet, en de buik is zwart, met gele pluimpjes aan de borstzijden. Vleugels en staart zijn zwart. Het vrouwtje is grijsbruin boven en grauw grijswit onder, met een vage lichte wenkbrauw en een donkere staart.
Verwarringssoorten
De Arabische honingzuiger (Cinnyris hellmayri) is kleiner, kortsnaveliger en heeft een smallere rode borstband; in het veld is de plaats doorslaggevend, want de twee soorten overlappen niet. De nijlhoningzuiger (Hedydipna metallica), die ook in Zuid-Egypte voorkomt, is kleiner, heeft een korte snavel, een gele buik en bij het mannetje staartspelden. De Palestijnse honingzuiger (Cinnyris osea) mist de rode borstband en de groene glans.
Leefgebied
Droge acaciasavanne, doornstruweel en begroeide wadi's in heuvelland, vaak bij bloeiende acacia's, Aloe en maretakken; ook in tuinen in dorpen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In Egypte alleen in het Gebel Elba-gebied bij de grens met Soedan, met enkele gevallen; mogelijk een kleine randpopulatie van de Soedanese kustbergen. Daarbuiten in Noordoost-Soedan, Eritrea, Ethiopië, Djibouti, Somalië, Zuid-Soedan, Noord-Kenia en Noordoost-Oeganda.
Hoe en wanneer kijken
Alleen in de afgelegen Gebel Elba (in het Halaib-gebied, met een vergunning) is er een kleine kans, in begroeide wadi's met bloeiende acacia's na regen. Elke grote honingzuiger met rode borstband in Egypte verdient een goede beschrijving en foto.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern). In de Hoorn van Afrika algemeen. In het gidsgebied een uiterst zeldzame verschijning; de status in het weinig onderzochte Gebel Elba is onzeker.
Wetenschappelijke naam
Cinnyris habessinicus | (Hemprich & Ehrenberg, 1828)
Hemprich & Ehrenberg beschreef de soort in 1828 als Nectarinia (Cinnyris) habessinica; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cinnyris werd in 1816 ingevoerd door Cuvier, GLCFD. Cinnyris komt van het Griekse kinnuris, een onbekend vogeltje dat Hesychius van Alexandrië noemt. habessinicus betekent 'Abessijns', naar Habesh, de Arabische naam voor Abessinië (Ethiopië). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Eilet in Eritrea.

