Alle soorten › Zangvogels › Honingzuigers › Kleine honingzuiger
Kleine honingzuiger | Hedydipna platura
Pygmy Sunbird | Suimanga pigmeo
De kleine honingzuiger is een Sahelsoort van de acaciasavannes ten zuiden van de Sahara. In het gidsgebied is hij alleen als dwaalgast vastgesteld, in het uiterste zuiden van Algerije aan de grens met Mali.
Geluid
Een hoog, dun tsiep en een droog tsjit; de zang is een snelle, hoge, wat hese twitterreeks.
Opname: Andrew Spencer — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
9–10 cm, het mannetje in broedkleed 15–17 cm door de twee sterk verlengde, smalle middelste staartpennen. Korte, licht gebogen snavel. Het mannetje is glanzend metaalgroen op kop, keel, borst en rug, met een bronsachtig tot purperachtig groene stuit en heldergele onderdelen, zonder borstband; vleugels en staart zwartachtig. Het mannetje in rustkleed lijkt op het vrouwtje maar houdt donkere vleugels en vaak de staartspelden. Het vrouwtje is grijsbruin boven en lichtgeel onder, met een lichte wenkbrauw en een korte donkere staart met witte randen.
Verwarringssoorten
De nijlhoningzuiger (Hedydipna metallica), in de Nijlvallei en Zuidwest-Arabië, is de enige echte verwarringssoort: het mannetje heeft een violetblauwe borstband en een violette stuit. Vrouwtjes van beide soorten zijn in het veld nauwelijks te scheiden; de plaats van waarneming (Sahel tegenover Nijl en Arabië) geeft dan de doorslag. De Palestijnse honingzuiger (Cinnyris osea) heeft een langere, sterker gebogen snavel en geen geel.
Leefgebied
Droge acaciasavanne, doornstruweel en begroeide wadi's in de Sahel en aan de zuidrand van de Sahara; in het broedseizoen vaak bij bloeiende acacia's en Loranthus-maretakken.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In het gidsgebied alleen in Algerije: een mannetje en een vrouwtje in oktober 2023 bij Timiaouine in de wilaya Bordj Badji Mokhtar, het eerste geval voor het land. Daarbuiten broedt hij in de Sahel van Senegal en Mauritanië oostwaarts via Mali, Niger (ook het Aïrgebergte) en Tsjaad tot Soedan, Zuid-Soedan en Noord-Oeganda; in de droge tijd trekt hij noordwaarts naar de zuidrand van de Sahara.
Hoe en wanneer kijken
Kans op de soort bestaat alleen in de uiterste zuidpunt van Algerije, in begroeide wadi's met bloeiende acacia's na de regentijd. Een honingzuiger met staartspelden ten westen van de Nijl is altijd de moeite van het fotograferen waard; meld de waarneming.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern). In de Sahel algemeen. In het gidsgebied een dwaalgast aan de noordrand van het areaal; mogelijk vaker aanwezig in het nauwelijks bezochte zuiden van Algerije.
Wetenschappelijke naam
Hedydipna platura | (Vieillot, 1819)
Vieillot beschreef de soort in 1819 als Cinnyris platurus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Hedydipna werd in 1851 ingevoerd door Cabanis. Hedydipna komt van het Griekse hēdudeipnos, 'die zoet dineert', van hēdus, 'zoet', en deipneō, 'dineren' — naar het nectarrijke dieet van deze honingzuigers. platura is Grieks voor 'breedstaartig', van platus 'breed' en oura 'staart'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Senegal.

