Alle soorten › Steltloperachtigen › Goudsnippen › Goudsnip

Goudsnip | Rostratula benghalensis

Greater Painted-Snipe | Aguatero bengalí

Een verborgen levende, snipachtige steltloper waarbij de rollen zijn omgedraaid: het vrouwtje is groter en feller getekend en baltst, het mannetje broedt en voedt de jongen op. In het gidsgebied is het een vogel van de Nijl: in de delta, de vallei en de Fajoem is hij een vaste maar weinig geziene bewoner; daarbuiten broedt hij plaatselijk in Israël en sinds kort in Zuidwest-Saoedi-Arabië.

Goudsnip (Rostratula benghalensis)
Foto: afsarnayakkan — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal zwijgzaam. Het baltsende vrouwtje laat vooral in de schemering en 's nachts een reeks diepe, holle tonen horen, als blazen over een fles: oek… oek… oek, langzaam en lang herhaald. Opgejaagde vogels geven soms een kort, schor kek.

Luister: ZangXC936883

Opname: Greg Irving — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Gedrongen, met een lange snavel die aan de punt licht omlaag buigt en iets verbreedt, vrij korte groenige poten en brede, ronde vleugels. Beide seksen hebben een lichte kruinstreep, een opvallend licht vlak rond het oog dat naar achteren in een punt uitloopt, en een lichte band die van de schouder schuin langs de zijborst loopt. Het vrouwtje heeft een warm kastanjebruine kop en hals, een zwartige borstband, donker bronsgroene bovendelen en een zuiver wit oogvlak. Het mannetje is kleiner en doffer, grijsbruin met goudgele vlekken op de vleugeldekveren en een bleekgeel oogvlak. Vliegt zwak en fladderend op met bungelende poten, als een ral.

Verwarrings­soorten

De watersnip (Gallinago gallinago) en andere snippen zijn scherp gestreept, hebben een veel langere, rechte snavel en spitse vleugels en vliegen snel en zigzaggend weg. De goudsnip heeft het lichte oogvlak, de schuine schouderband en de ronde vleugels met gele vlekken. Bij het opvliegen kan hij aan een waterral (Rallus aquaticus) of porseleinhoen (Porzana porzana) doen denken, maar die missen de lange, licht gebogen snavel en de bonte kopkenmerken.

Leefgebied

Ondiepe, modderige zoetwaterranden met dichte dekking: moerasjes en rietkragen, dichtgegroeide irrigatiekanalen en greppels, rijstvelden, natte akkers, visvijvers en vloeivelden van waterzuiveringen. Hij heeft zachte modder nodig om in te tasten en vegetatie om zich in te verbergen, en is vooral in de schemering actief.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In Egypte jaarrond in de Nijldelta, de Nijlvallei en de Fajoem, plaatselijk tot in Opper-Egypte. In Israël sinds de jaren negentig broedvogel in visvijvers en moerasjes van de kustvlakte en de Heferdal (onder meer En Hahoresh en de Hama'apil-vijvers), met tegenwoordig vrijwel jaarlijkse waarnemingen; daarnaast een onregelmatige gast in het binnenland. In Zuidwest-Saoedi-Arabië voor het eerst gezien in 2010 bij Sabya, waar hij sindsdien in de meeste jaren wordt waargenomen en sinds 2013 enkele keren heeft gebroed. Elders zeldzame gast: enkele waarnemingen in Oman (Al Ansab, Raysut, Khor Rawri), de Emiraten en Qatar. Daarbuiten wijd verspreid in Afrika ten zuiden van de Sahara, op Madagaskar en van Pakistan en India tot Zuidoost-Azië.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Egypte zijn de kanaal- en rijstveldranden rond de Fajoem en in de delta de beste kans: rijd vroeg in de ochtend of in de schemering langzaam langs dichtbegroeide kanalen en scan de modderranden. In Israël zijn de visvijvers van de Heferdal en Hama'apil de plek; let in de schemering op het holle roepen van het vrouwtje.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In Egypte onder druk door het betonneren van irrigatiekanalen, het opruimen van oevervegetatie en het droogleggen van moerassen; in Israël afhankelijk van visvijvers, die steeds vaker worden gedempt of geïntensiveerd. De vestiging in Saoedi-Arabië hangt aan een paar vloeivelden en natte akkers bij Sabya.

Wetenschappelijke naam

Rostratula benghalensis | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Rallus benghalensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Rostratula werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Rostratula is Latijn, een verkleinvorm bij rostratus 'gesnaveld', van rostrum 'snavel', naar de lange snavel van deze snipachtige vogels. benghalensis betekent 'uit Bengalen', naar de streek in het noordoosten van het Indisch subcontinent. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Azië.