Alle soorten › Scharrelaarachtigen › IJsvogels › Grijskopijsvogel
Grijskopijsvogel | Halcyon leucocephala
Grey-Headed Kingfisher | Alción cabeciblanco
Een kleine, kleurrijke boomijsvogel die als zomergast de Rode Zee oversteekt om in de wadi’s en het acaciabos van Zuidwest-Arabië te broeden. Hoewel hij ijsvogel heet, vist hij vrijwel nooit: hij jaagt vanaf een lage tak op kevers en sprinkhanen. In Saoedi-Arabië is hij met naar schatting zo’n 1500 vogels de talrijkste ijsvogel van het land.
Geluid
Een hoge, zwakke, afdalende reeks, tsji-tsji-tsji-tsjrrr, of een rij snelle fluitnoten. Bij de balts zitten de vogels tegenover elkaar met gespreide vleugels en roepen ze met open snavel.
Opname: Mischa Keijmel — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Ongeveer 20 cm, met een rode dolksnavel en rode poten. Kop, hals en borst lichtgrijs tot grijsbruin, mantel en schouders zwart. Buik en onderstaartdekveren diep kastanjebruin. Vleugelpennen, stuit en staart helder kobaltblauw tot turkoois, wat in de vlucht fel oplicht. De seksen zijn gelijk; jonge vogels hebben een donkere snavel, een bleker oranjebruine buik en fijne golfjes op de borst.
Verwarringssoorten
De Smyrna-ijsvogel (Halcyon smyrnensis) is groter, met een kastanjebruine kop en een witte bef, en ontbreekt grotendeels in Zuidwest-Arabië. De witkraagijsvogel (Todiramphus chloris) van de mangroven aan de Rode Zee is blauwgroen boven en geheel wit onder, met een witte kraag en een zwarte snavel. In de vlucht kan het blauw doen denken aan een Abessijnse scharrelaar (Coracias abyssinicus), die veel groter is en lange staartspiesen heeft.
Leefgebied
Acaciasavanne en struweel in de uitlopers en lagere hellingen van het gebergte, tot ongeveer 2300 m, vooral langs wadi’s en beekjes met bomen, en aan de rand van akkers en terrassen. Zit stil op een lage tak en valt van daaruit op prooi op de grond, vooral kevers, sprinkhanen en treksprinkhanen. Broedt in een gang in een zand- of leemwand langs een wadi.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
De ondersoort semicaerulea broedt alleen in Zuidwest-Arabië: in Saoedi-Arabië in de uitlopers van de Asir en de wadi’s van de Tihama, van de omgeving van Taif zuidwaarts tot Jizan; in Jemen in het westelijk gebergte en zijn uitlopers, de Tihama en verder oostwaarts tot in de zuidelijke bergen; en in Oman in Dhofar, waar hij in de khareef-tijd in de beboste wadi’s broedt. Overwintert in Oost-Afrika, vermoedelijk vooral in Somalië. Elders in het gebied hooguit een dwaalgast. Andere ondersoorten leven in Afrika ten zuiden van de Sahara, van Senegal tot Ethiopië en zuidwaarts tot Zuid-Afrika, en op de Kaapverdische Eilanden.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Zoek hem van mei tot augustus in de beboste wadi’s van de Asir, zoals Wadi Tarj, en langs de wegen die van het Asirplateau naar de Tihama afdalen; in Dhofar in de groene wadi’s rond Ayn Razat en Wadi Darbat aan het eind van de khareef. Kijk naar lage, kale takken in het acaciabos: de vogel zit lang stil en verraadt zich pas door het blauw in de vlucht.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. De Arabische populatie is klein en hangt af van het acaciabos en de wadi’s van het zuidwesten, die onder druk staan door overbeweiding, houtkap, wegenbouw en uitbreiding van landbouw.
Wetenschappelijke naam
Halcyon leucocephala | (Müller, 1776)
Müller beschreef de soort in 1776 als Alcedo leucocephala; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Halcyon werd in 1821 ingevoerd door Swainson. Halcyon gaat terug op de Griekse alkyon, de vogel die volgens de overlevering op zee broedde en daarbij de golven tot rust bracht; de naam werd later algemeen voor ijsvogels gebruikt. leucocephala is Grieks, van leukos, 'wit', en kephalē, 'kop' — naar de lichtgrijze, bijna witte kop. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Senegal.


