Alle soorten › Scharrelaarachtigen › IJsvogels › Smyrna-ijsvogel
Smyrna-ijsvogel | Halcyon smyrnensis
White-Throated Kingfisher | Alción de Esmirna
Een forse, bonte ijsvogel die het water nauwelijks nodig heeft: hij jaagt evengoed op sprinkhanen, hagedissen en muizen in boomgaarden, akkers en tuinen. In Israël en Irak is hij een van de opvallendste vogels van het cultuurland, met zijn turkooizen vleugels, witte bef en luide, hinnikende roep. Het westelijkste deel van zijn grote Aziatische verspreidingsgebied loopt tot in de oostelijke Nijldelta.
Geluid
Een luide, dalende, wat hinnikende lach, kie-kie-kie-kie-kie, die ver over open land draagt en in het voorjaar bijna onophoudelijk klinkt. Het mannetje zingt daarnaast vanaf een hoge post een langgerekt, trillend kirrrrr; bij verstoring een hard geratel.
Opname: Kasper Wieck — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Fors, met een zware kop, een dikke koraalrode dolksnavel en rode poten. Kop, hals, flanken en buik diep kastanjebruin, rug, stuit en staart helder turkooisblauw, en over keel en borst een groot, scherp begrensd wit veld. De vleugel is turkoois met zwarte dekveren aan de voorrand; in de vlucht valt een groot wit venster in de handpennen op. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer, met fijne donkere schubbing op de witte borst en een mattere snavel.
Verwarringssoorten
De ijsvogel (Alcedo atthis) is nauwelijks half zo groot, kobaltblauw met oranjebruin, zonder witte bef of rode snavel. De grijskopijsvogel (Halcyon leucocephala) van Zuidwest-Arabië is kleiner, met een grijze kop, een zwarte mantel en alleen de buik kastanjebruin. Een blauwe vogel op een draad langs de weg kan ook een scharrelaar (Coracias garrulus) of Indische scharrelaar (Coracias benghalensis) zijn; die zijn forser, met een zwarte snavel en zonder witte bef.
Leefgebied
Open, bomenrijk cultuurland: boomgaarden, dadelpalmtuinen, irrigatielandbouw met sloten en kanalen, parken en tuinen, rivieroevers en visvijvers, ook in dorpen en aan de rand van steden. Jaagt vanaf draden, palen en dode takken op grote insecten, hagedissen, kikkers, kleine knaagdieren en visjes. Broedt in een gang in een steile wand of greppelkant, vaak ver van open water.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Standvogel in Israël (vooral de kustvlakte, de noordelijke dalen en de Jordaanvallei), Jordanië (Jordaanvallei, Azraq en Aqaba), Libanon, West-Syrië en langs de Eufraat, en door heel Irak, het talrijkst in het zuiden. Egypte: een kleine populatie in het noordoosten, in de oostelijke Nijldelta en langs het Suezkanaal. Koeweit: schaarse broedvogel en wintergast. Oost-Saoedi-Arabië: standvogel in de oases van Qatif en Al-Hasa, met een kleine populatie op Bahrein. Qatar, de Emiraten en Noord-Oman: schaarse wintergast, in aantal toenemend; elders in Arabië en in Libië een dwaalgast. Daarbuiten van Zuid-Turkije en Iran door Zuid-Azië tot Zuid-China, de Filipijnen en Indonesië.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In Israël zie je hem vrijwel overal waar water en bomen samenkomen; de visvijvers bij Ma’agan Michael en in de Bet She’anvallei zijn betrouwbaar. In Irak en Koeweit zit hij graag op elektriciteitsdraden langs irrigatiekanalen. Luister naar de lachende roep en kijk naar de witte bef: die licht van ver op.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd en in grote delen van het verspreidingsgebied algemeen; in de Levant heeft hij geprofiteerd van irrigatie en visvijvers, en in Oost-Arabië lijkt hij zich uit te breiden. Wel wordt hij bij visvijvers soms bestreden en lijdt hij plaatselijk onder pesticiden.
Wetenschappelijke naam
Halcyon smyrnensis | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Alcedo smyrnensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Halcyon werd in 1821 ingevoerd door Swainson. Halcyon gaat terug op de Griekse alkyon, de vogel die volgens de overlevering op zee broedde en daarbij de golven tot rust bracht; de naam werd later algemeen voor ijsvogels gebruikt. smyrnensis betekent 'uit Smyrna', de havenstad aan de Turkse westkust die nu İzmir heet. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Izmir in Turkije.


