Alle soorten › Scharrelaarachtigen › IJsvogels › Witkraagijsvogel
Witkraagijsvogel | Todiramphus chloris
Collared Kingfisher | Martín cazador acollarado
Een blauwgroen-witte ijsvogel van de mangroven, die in het gidsgebied in twee kleine, ver uit elkaar liggende populaties leeft: aan de Saoedische Rode Zeekust en aan de Golf van Oman, waar de endemische ondersoort kalbaensis alleen in een paar khors (kreken met mangrove) voorkomt. Hij hoort bij een groep die van Oost-Afrika tot de Pacific reikt.
Geluid
Luid en hard: een reeks van drie tot vijf schelle tonen, kie-kie-kie of kek-kek-kek, vaak vanaf een hoge mangrovetak en in duetten tussen buren; daarnaast een kort, scherp kriek. Het meest te horen in de vroege ochtend en in het voorjaar.
Opname: Joan Theng — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Middelgroot en compact, met een grote kop en een zware, zwarte dolksnavel met lichte basis van de ondersnavel. Kruin, rug, vleugels en staart blauwgroen tot turkoois, met een zwartachtige oogstreep die rond de nek doorloopt. Een brede, zuiver witte halsband scheidt kruin en rug; keel en onderdelen zijn wit. Het vrouwtje is iets doffer en groener. Jonge vogels hebben fijne donkere schubjes op borst en kraag en een lichtbruine zweem op de flanken.
Verwarringssoorten
Door de combinatie van blauwgroene bovendelen, witte kraag en geheel witte onderdelen in mangrove nauwelijks te verwarren. De Smyrna-ijsvogel (Halcyon smyrnensis), die in de winter ook in de Emiraten en Oman opduikt, heeft een kastanjebruine kop en buik en een rode snavel. De grijskopijsvogel (Halcyon leucocephala) van het binnenland van Zuidwest-Arabië heeft een rode snavel en een kastanjebruine buik. De ijsvogel (Alcedo atthis), die ’s winters ook in mangroven zit, is veel kleiner en oranjebruin onder.
Leefgebied
Vrijwel uitsluitend mangrovebos (Avicennia) in kreken, lagunes en getijdengeulen, met aangrenzende slikken. Zit vaak lang op een tak 1–3 m boven het slik en vangt vooral krabben en andere kreeftachtigen, daarnaast kleine vissen en insecten. Broedt in holtes in oude mangrovestammen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Rode Zee: de ondersoort abyssinicus is standvogel in de mangroven van de Saoedische kust, van Amaq ten noorden van Al Birk zuidwaarts tot de omgeving van Sabya en Jizan. In Jemen in 2008 voor het eerst vastgesteld in de mangroven van Al Buhays, tussen Al Luhayyah en Midi; de status daar is nog onduidelijk. Golf van Oman: de ondersoort kalbaensis leeft alleen in Khor Kalba (Emiraat Sharjah) en in Khor Liwa en Khor Shinas in Noordwest-Oman. Elders in het gebied niet vastgesteld. Daarbuiten van de Afrikaanse Rode Zeekust (Soedan tot Noordwest-Somalië) door Zuid- en Zuidoost-Azië tot Australië en de Pacific, in vele ondersoorten.
- Jaarrond
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Khor Kalba aan de oostkust van de Emiraten is de bekendste plek: vaar per kano door de mangroven of loop langs de rand bij laag water, vroeg in de ochtend, en luister naar de schelle roepreeksen. Aan de Saoedische Rode Zee zijn de mangroven ten zuiden van Al Birk en bij Al Qahma goed.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd, maar beide Arabische populaties zijn klein en volledig afhankelijk van mangrove. De ondersoort kalbaensis telt hooguit enkele tientallen paren en is kwetsbaar voor kustontwikkeling, kap van mangrove en verstoring; Khor Kalba is daarom als beschermd gebied aangewezen. Ook langs de Saoedische Rode Zee staat de mangrove onder druk van kamelenbegrazing, kap en bebouwing.
Wetenschappelijke naam
Todiramphus chloris | (Boddaert, 1783)
Boddaert beschreef de soort in 1783 als Alcedo Chloris; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Todiramphus werd in 1827 ingevoerd door Lesson. Todiramphus is gevormd uit Todus, het geslacht van de todies, en het Griekse rhamphos 'snavel'. chloris gaat terug op het Griekse khlōris, de naam van een groengele vogel, van khlōros 'groen'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Buru in Indonesië.

