Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns › Grote stern

Grote stern | Thalasseus sandvicensis

Sandwich Tern | Charrán patinegro

Een slanke, witte zeestern met een lange zwarte snavel met gele punt en een rafelig kuifje, die zich met een steile duik in zee stort. In het gidsgebied broedt hij niet, maar als wintergast is hij een van de gewoonste sterns aan de Atlantische kust van Marokko, de Middellandse Zee en de Perzische Golf.

Grote stern (Thalasseus sandvicensis)
Foto: MPF — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luid, schurend kirrik of kerrik, ver te horen en kenmerkend voor de soort; jongen bedelen met een hoog, fluitend sriii.

Luister: VluchtroepXC1185441

Opname: Paul Kelly — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Middelgroot, met lange, smalle, puntige vleugels, een vrij korte gevorkte staart en een lange, dunne zwarte snavel met een gele punt die van dichtbij te zien is. In zomerkleed een zwarte kap met een kort, rafelig kuifje; in winterkleed (in het gebied het meest gezien) een wit voorhoofd en een zwarte, gestreepte achterkop. De bovendelen zijn zeer licht grijs, waardoor hij witter oogt dan andere sterns; de poten zijn kort en zwart. In vlucht vormen de buitenste handpennen een donkerder grijze wig. Jonge vogels hebben donkere schubjes op de mantel en een kortere snavel zonder duidelijke gele punt.

Verwarrings­soorten

De Bengaalse stern (Thalasseus bengalensis) heeft een geheel oranjegele snavel en iets donkerder grijze bovendelen. De grote kuifstern (Thalasseus bergii) is groter, donkerder grijs van boven en heeft een dikke, geelgroene snavel. De lachstern (Gelochelidon nilotica) heeft een korte, dikke zwarte snavel en bredere vleugels en duikt niet. De visdief (Sterna hirundo) is kleiner, grijzer, met een rode snavel en langere staartspiesen.

Leefgebied

Kustwateren, baaien en lagunes, havens en riviermondingen; rust op stranden, zandbanken en pieren. Vist in helder, ondiep zeewater op kleine vissen met een steile duik vanaf 5–10 meter hoogte. Zelden ver op open zee of op zoet water.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Broedt niet in het gidsgebied. Als wintergast en doortrekker algemeen langs de Atlantische kust van Marokko en Westelijke Sahara (tot Dakhla en verder zuidwaarts), langs de gehele Middellandse Zeekust van Marokko tot Egypte, en langs de kusten van Israël, Libanon en Syrië. In het oosten een algemene wintergast langs de Perzische Golf (van Koeweit en Irak tot de Emiraten), de Golf van Oman en de kust van Oman, en in kleinere aantallen in de Rode Zee en in Jemen. Op trek ook over land, bijvoorbeeld boven de Jordaanvallei en de Nijl. Daarbuiten broedt hij langs de kusten van West-Europa, de Middellandse Zee, de Zwarte Zee en de Kaspische Zee, en in andere vormen in Amerika; de vogels overwinteren tot in West- en Zuid-Afrika en India.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de winter is hij te zien in vrijwel elke haven en lagune aan de Marokkaanse Atlantische kust, bijvoorbeeld bij Essaouira, Agadir en Oualidia, en langs de corniches van de Golfstaten. Zijn harde roep verraadt hem al voordat je hem ziet.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. De broedkolonies buiten het gebied zijn gevoelig voor vogelgriep, die in 2022 grote sterfte veroorzaakte, en voor verstoring. In het gidsgebied vormen visserij, vervuiling en verstoring van rustplaatsen de belangrijkste bedreigingen.

Wetenschappelijke naam

Thalasseus sandvicensis | (Latham, 1787)

Latham beschreef de soort in 1787 als Sterna sandvicensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Thalasseus werd in 1822 ingevoerd door Boie. Thalasseus is afgeleid van het Oudgriekse thalassa 'zee'. sandvicensis betekent 'van Sandwich', de plaats in het Engelse graafschap Kent waar het beschreven exemplaar vandaan kwam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Sandwich in Kent, Engeland.