Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns › Grote kuifstern

Grote kuifstern | Thalasseus bergii

Greater Crested Tern | Charrán piquigualdo

Een grote, donkergrijze kuifstern met een dikke, gebogen geelgroene snavel, typisch voor de warme kusten van Arabië. Hij broedt in dichte kolonies op kale koraal- en zandeilanden in de Rode Zee, de Perzische Golf en voor de kust van Oman, en is daar het hele jaar langs de kust te zien.

Grote kuifstern (Thalasseus bergii)
Foto: mattf1996 — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hard, schurend kirreck of krrow, lager en rauwer dan bij de grote stern; in de kolonie een oorverdovend koor.

Luister: VluchtroepXC1169751

Opname: Romuald Mikusek — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Groot en krachtig, met lange, vrij brede vleugels, een gevorkte staart en een lange, dikke, licht neerwaarts gebogen snavel die koel geelgroen tot citroengeel is. In zomerkleed een zwarte kap met een rommelige kuif, gescheiden van de snavel door een smalle witte voorhoofdsband; in winterkleed is het voorhoofd breder wit en de kruin gespikkeld. De bovendelen zijn duidelijk donkerder grijs dan bij de grote stern en de Bengaalse stern, met een lichtere stuit en staart. Jonge vogels zijn donker geschubd, met donkere vleugelbanden en een vuilgele snavel.

Verwarrings­soorten

De Bengaalse stern (Thalasseus bengalensis) is duidelijk kleiner, lichter grijs en heeft een slanke, oranjegele snavel en een zwarte kap die in zomerkleed tot de snavel doorloopt. De reuzenstern (Hydroprogne caspia) is nog groter en heeft een dikke rode snavel. De Afrikaanse koningsstern (Thalasseus albididorsalis) van de Atlantische kust is lichter grijs met een oranje snavel.

Leefgebied

Kustwateren, koraalriffen, baaien, lagunes en havens; rust op stranden, zandbanken, pieren en boeien. Broedt dicht opeen op kale zand-, koraal- en rotseilanden, vaak met Bengaalse sterns en brilsterns. Vist vooral nabij de kust, soms enkele kilometers op zee.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Broedt in de Rode Zee op eilanden voor Egypte, Saoedi-Arabië en Jemen (onder meer de Farasan-eilanden), in de Perzische Golf op eilanden van Koeweit, Saoedi-Arabië, Bahrein, Qatar en de Emiraten, langs de kust van Oman (Daymaniyat- en Hallaniyat-eilanden) en op Socotra. Buiten de broedtijd verspreid langs al deze kusten, ook in de Golf van Aden en tot Eilat en Aqaba, waar hij schaars is. Daarnaast broedt een kleine, geïsoleerde populatie op eilanden in de Golf van Sirte in Libië, tussen kolonies van de Bengaalse stern; van daaruit zijn er verspreide waarnemingen in Tunesië en Egypte. In Marokko en Algerije een dwaalgast. Daarbuiten van Oost- en Zuidelijk Afrika via India en Zuidoost-Azië tot Australië en de Stille Oceaan.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op de corniches van Abu Dhabi, Dubai, Doha en Muscat zit hij vaak op pieren en boeien, samen met grote sterns en Bengaalse sterns, zodat je ze goed kunt vergelijken. In Jemen en Oman, rond Salalah en Masirah, zijn in de zomer groepen jongen op stranden te zien.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. De kolonies in de Golf en de Rode Zee zijn kwetsbaar voor verstoring, het rapen van eieren, eilandontwikkeling en olievervuiling; veel van de belangrijkste broedeilanden zijn tegenwoordig beschermd. De Libische populatie is klein en vrijwel ononderzocht.

Wetenschappelijke naam

Thalasseus bergii | (Lichtenstein, 1823)

Lichtenstein beschreef de soort in 1823 als Sterna Bergii; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Thalasseus werd in 1822 ingevoerd door Boie. Thalasseus is afgeleid van het Oudgriekse thalassa 'zee'. bergii eert de Pruisische apotheker en botanicus Karl Heinrich Bergius, die de eerste exemplaren bij Kaapstad verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de Kaap de Goede Hoop.