Alle soorten › Trapachtigen › Trappen › Grote trap
Grote trap | Otis tarda
Great Bustard | Avutarda común
De zwaarste vliegende vogel van het gidsgebied en tegelijk een van de zeldzaamste broedvogels ervan. Op de graanvlakten tussen Tanger en Larache leven nog enkele tientallen grote trappen, de laatste van heel Afrika; in maart staan de baltsende mannen daar als witte bollen tussen het jonge koren.
Geluid
Bijna altijd stil. De baltsende man maakt hooguit een laag, dof grommen dat op enkele tientallen meters al wegvalt; verontruste vogels geven soms een kort, blaffend ak. Deze soort vind je op zicht, niet op geluid.
Opname: Esperanza Poveda — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Groot en zwaar gebouwd, met een dikke hals en een brede borst; de man is veel groter en zwaarder dan de vrouw. De man heeft een blauwgrijze kop en hals, in het voorjaar lange witte snorveren aan weerszijden van de snavelbasis en een roestbruine borstband die met de jaren breder en donkerder wordt. De vrouw is slanker, heeft een dunnere grijze hals en mist snorveren en borstband. Beide hebben een okerbruine, dicht zwart gebandeerde bovenzijde en een witte buik. In vlucht: brede vleugels met veel wit in de arm, zwartbruine handpennen en een donkere achterrand, en trage, krachtige slagen als van een gans.
Verwarringssoorten
De kleine trap (Tetrax tetrax) is ruim acht keer zo licht, heeft een korte hals en vliegt snel met een fluitende vleugelslag. De westelijke kraagtrap (Chlamydotis undulata) is kleiner en slanker, bleker zandkleurig, met een zwarte band langs de halszijde en een wit vlak op de handpennen; hij leeft in steppe en steenwoestijn, niet tussen het graan. De kraanvogel (Grus grus) staat op afstand ook hoog en grijs op de akker, maar heeft veel langere poten en een dunne hals en trekt in rijen en V-formaties.
Leefgebied
Open, golvend akkerland met tarwe, gerst, kikkererwten, braak en extensief begraasde weiden, zonder bomen, bebouwing of hoge draden. In Noord-Marokko een kleinschalig mozaïek op lage heuvels; in de winter zoeken de vogels groene gewassen en klaver. Zeer schuw en gevoelig voor verstoring.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In het gidsgebied broedt de grote trap alleen nog in het uiterste noordwesten van Marokko, in twee kleine groepen in het heuvelland ten zuiden van Tanger (rond Tleta Rissana en Araoua); bij de landelijke telling van 2023 waren het bijna zeventig vogels. Vroeger kwam hij verder in Noord-Marokko voor en ook in Noord-Algerije en Noord-Tunesië, waar hij al lang verdwenen is. In het oosten een zeldzame wintergast of dwaalgast uit Turkije en Iran, vooral in Noord-Syrië en Noord-Irak; verder zuidelijk in de Levant uitzonderlijk. Buiten het gebied: Iberië, waar het grootste deel van de wereldpopulatie leeft, Midden-Europa, Zuid-Rusland en Kazachstan, Anatolië en het Iraans Hoogland, en oostwaarts tot Mongolië en Noordoost-China.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Bezoek de vlakten ten zuiden van Tanger in maart of begin april, vroeg in de ochtend, en kijk vanaf de weg of vanuit de auto met een telescoop. Loop nooit het veld in: de vogels zijn uiterst schuw, en in zo'n kleine populatie telt elke verstoring van de balts. Lokale vogelaars en natuurbeschermers weten waar de groepen staan.
Staat van instandhouding
Bedreigd. De Marokkaanse populatie liep terug van bijna honderd vogels rond 2000 tot ongeveer vijftig in 2015 en lijkt sindsdien onder een nationaal actieplan te stabiliseren op zo'n zeventig. Aanvaringen met hoogspanningsleidingen, intensivering van de landbouw, versnippering door wegen en bebouwing en illegale jacht zijn de grootste bedreigingen. Als wintergast in het oosten is de soort door de jacht vrijwel verdwenen.
Wetenschappelijke naam
Otis tarda | Linnaeus, 1758
Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Otis voerde hij in datzelfde werk in. Otis is het Griekse ōtis, de naam die Plinius en andere klassieke schrijvers voor de trap gebruikten. tarda is Latijn voor 'traag, bedachtzaam', naar de bedaarde manier van lopen; uit avis tarda 'trage vogel' is via het Oudfrans de Engelse naam bustard ontstaan. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Polen.

