Alle soorten › Futen › Futen › Roodhalsfuut

Roodhalsfuut | Podiceps grisegena

Red-Necked Grebe | Somormujo cuellirrojo

De roodhalsfuut is een stevige, wat donkere fuut, iets kleiner dan de fuut, met een dikke hals en een gele snavelbasis. Hij overwintert vooral op de Zwarte Zee en de Oostzee; in het gebied is hij een zeldzame wintergast en dwaalgast, het vaakst in Israël.

Roodhalsfuut (Podiceps grisegena)
Foto: USFWSAlaska — Public domain · Wikimedia Commons

Geluid

In het broedgebied luidruchtig, met een hinnikend, varkensachtig gejammer en gierende roepen. Als wintergast in het gebied vrijwel zwijgzaam.

Luister: VluchtroepXC1168813

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

Middelgroot en compact, met een kortere, dikkere hals en een zwaardere kop dan de fuut, en een donkere snavel met een duidelijke gele basis. In broedkleed een zwarte kap, lichtgrijze wangen met een witte rand en een roestrode hals. In winterkleed grauw: een donkere kap die tot onder het oog reikt, vuilgrijze wangen en voorhals, en vaak een lichte halvemaan achter de wang. Het oog is donker. In vlucht witte velden op de voor- en achterrand van de vleugel, zoals bij de fuut.

Verwarrings­soorten

Fuut (Podiceps cristatus) is groter en slanker, met een langere witte hals, een roze snavel zonder gele basis en in winterkleed een witte streep boven het oog. Geoorde fuut (Podiceps nigricollis) en kuifduiker (Podiceps auritus) zijn veel kleiner, met een rood oog. Op zee kan hij aan een kleine zeeduiker doen denken, zoals roodkeelduiker (Gavia stellata), maar die ligt lager in het water en heeft geen gele snavelbasis.

Leefgebied

Broedt op ondiepe, rijk begroeide meren en visvijvers in Oost-Europa en Azië. Overwintert vooral op zee in kustwateren, en in kleiner aantal op grote meren en stuwmeren. In het gebied gezien op stuwmeren, visvijvers, het Meer van Galilea en langs de Middellandse Zeekust.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In Israël een zeldzame, niet jaarlijkse wintergast, met enkele vogels per goede winter op het Meer van Galilea, stuwmeren en de Middellandse Zeekust. Verder losse gevallen in onder meer Tunesië en Koeweit. Broedt het dichtst bij in Oost-Europa, Turkije en de Kaukasus, en overwintert in groten getale op de Zwarte Zee, de Egeïsche Zee en de Kaspische Zee. Verder broedvogel van Oost-Europa tot Siberië en in Noord-Amerika.

Hoe en wanneer kijken

Zoek 's winters tussen groepen futen naar een vogel met een kortere, grauwere hals en een gele snavelbasis, vooral op het Meer van Galilea en langs de Israëlische kust. Een koudegolf in Zuidoost-Europa vergroot de kans dat er vogels naar het zuiden uitwijken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en wereldwijd talrijk, maar in delen van Europa achteruit door het verdwijnen van ondiepe, begroeide meren en visvijvers. In het gebied speelt de soort als zeldzame wintergast geen rol in de beschermingsopgave.

Wetenschappelijke naam

Podiceps grisegena | (Boddaert, 1783)

Boddaert beschreef de soort in 1783 als Colymbus grisegena; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Podiceps werd in 1787 ingevoerd door Latham. Podiceps is Latijn, van podex, genitief podicis, 'achterste', en pes 'voet', naar de poten die ver naar achteren aan het lichaam staan. grisegena verbindt het middeleeuws-Latijnse griseus 'grijs' met gena 'wang': grijswang. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Frankrijk.