Alle soorten › Trapachtigen › Trappen › Arabische trap
Arabische trap | Ardeotis arabs
Arabian Bustard | Avutarda árabe
Een grote, slanke trap van de Sahel, die in het gidsgebied alleen de kustvlakte langs de Rode Zee in Zuidwest-Arabië bewoont. Hij is daar zo zeldzaam geworden dat elke waarneming telt. In Marokko, waar een eigen ondersoort leefde, is hij sinds 1962 niet meer met zekerheid gezien.
Geluid
Meestal stil. De baltsende man blaast de witte hals op en laat een diep, dof oemp horen; verstoorde vogels geven soms een schor, kwakend geluid.
Opname: Andrew Spencer — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Groot en hoogpotig, met een lange, dunne hals en een platte kop. Op de kruin een zwarte kap die achter in een korte kuif uitloopt, daaronder een witte wenkbrauwstreep met een zwarte rand. De hals is fijn grijs gestreept en oogt op afstand egaal lichtgrijs. Bovendelen warm zandbruin en fijn donker gevermiculeerd; de vleugeldekveren dragen zwart-witte vlekken die samen een geblokte band vormen. Buik wit. De man is duidelijk groter dan de vrouw. In vlucht lange, brede vleugels met weinig wit in de handpennen, de hals gestrekt en trage, diepe slagen.
Verwarringssoorten
De oostelijke kraagtrap (Chlamydotis macqueenii), die als wintergast tot in Jemen kan doordringen, is veel kleiner, met een zwarte band langs de halszijde en een groot wit vlak op de handpennen. De grote trap (Otis tarda) komt in Zuid-Arabië niet voor. In Afrika lijkt hij sterk op de koritrap (Ardeotis kori), die forser is en een grovere halstekening heeft, maar die soort ontbreekt in het gidsgebied.
Leefgebied
Open vlakten met verspreide acacia's en doornstruweel, droog grasland en de randen van akkers met sorghum en gierst in de Tihama, tot op de lagere uitlopers van het gebergte. Mijdt dichte begroeiing en kale zandwoestijn. Eet insecten, vooral sprinkhanen, kleine gewervelden, zaden en jonge scheuten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In het gidsgebied alleen in de Tihama, de kustvlakte langs de Rode Zee: in West-Jemen, waar de meeste recente waarnemingen vandaan komen, en in Zuidwest-Saoedi-Arabië in de provincie Jizan; de laatste gemelde Saoedische waarneming stamt uit 2017, van de Farasaneilanden. In Marokko leefde de ondersoort lynesi, die sinds 1962 niet meer met zekerheid is waargenomen en waarschijnlijk is uitgestorven. Buiten het gebied verbreid door de Sahel, van Senegal en Mauritanië via Mali, Niger en Tsjaad tot Soedan, Eritrea, Ethiopië, Djibouti en Somalië.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Er is geen betrouwbare plek meer om hem te zien. In Jemen is de zuidelijke Tihama de beste kans, vroeg in de ochtend op open vlakten met verspreide acacia's; in Saoedi-Arabië is de soort vrijwel verdwenen. Elke waarneming in Arabië is waardevol: noteer plaats en datum en maak zo mogelijk een foto.
Staat van instandhouding
Gevoelig. BirdLife stelde in 2026 voor de soort naar kwetsbaar op te waarderen; de nieuwe wereldlijst wordt eind 2026 verwacht. In Saoedi-Arabië geldt hij nationaal als ernstig bedreigd, en voor Jemen wordt dat ook aangenomen. Jacht, verstoring en de omzetting van de Tihama in landbouwgrond en bebouwing hebben de Arabische populatie vrijwel weggevaagd; in Saoedi-Arabië is een fokprogramma voorgesteld voor herintroductie in beschermde gebieden langs de Tihama.
Wetenschappelijke naam
Ardeotis arabs | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Otis arabs; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Ardeotis werd in 1853 ingevoerd door Le Maout. Ardeotis combineert het Latijnse ardea, 'reiger', met het Griekse otis, 'trap' — een naam die de fors gebouwde, reigerachtige lengte van de grootste trappen benadrukt. arabs is Latijn voor 'Arabisch' of 'Arabier', naar Arabië. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mokka (Al-Makha) in Jemen.


