Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Houtduif
Houtduif | Columba palumbus
Common Wood Pigeon | Paloma torcaz
De grootste duif van het gidsgebied, een vogel van het mediterrane noorden: in de eiken- en cederbossen van de Atlas, de olijfgaarden van Tunesië en de parken van Rabat en Marrakech. In het Midden-Oosten breidt hij zich sinds de jaren tachtig uit en is hij in Israël een gewone stadsvogel geworden.
Geluid
Vijf lettergrepen met de klemtoon op de tweede, doe-doeoe-doe, doe-doe, herhaald en dan abrupt afgebroken met een korte extra noot. Het klinkt slaperig en dof. Bij het opvliegen klapt hij luid met de vleugels, en in de baltsvlucht klimt hij steil, klapt en glijdt dan omlaag.
Opname: David Darrell-Lambert — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Zware duif met een kleine kop op een dik lichaam en een lange staart. De volwassen vogel heeft een witte halsvlek naast een groenpaars glanzende zijhals, een wijnroze borst, een lichtgeel oog en een geel met roze snavel met witte was. In vlucht loopt een brede witte band dwars over elke vleugel, het opvallendste kenmerk op afstand. Juvenielen missen de witte halsvlek en hebben doffe, donkere ogen. Vogels van de Atlas zijn iets groter en donkerder.
Verwarringssoorten
De holenduif (Columba oenas) is kleiner en compacter, zonder wit op hals of vleugel, met donkere ogen en korte zwarte vleugelstreepjes. De rotsduif (Columba livia) heeft twee zwarte vleugelstrepen en vaak een witte stuit. De Turkse tortel (Streptopelia decaocto) is veel kleiner, bleek zandkleurig, met een zwarte halsstreep.
Leefgebied
Mediterraan bos van steeneik, kurkeik en ceder, maquis, olijfgaarden en boomgaarden, populierenrijen en parken en tuinen in steden. Foerageert op akkers en in boomgaarden op graan, eikels, olijven en blad. Wintergasten in het oosten vooral in akkerland met bomen en in rivierdalen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Noordwest-Afrika: algemeen in het noorden van Marokko, Algerije en Tunesië, van de kust tot de cederbossen van de Middelste Atlas, en lokaal in Libië (Tripolitanië en de Jebel Akhdar in Cyrenaica). Broedt in de Levant in Israël, Libanon en West-Syrië en in het noorden van Irak; in Israël sterk toegenomen en nu ook in steden. In de winter komen noordelijke vogels naar Syrië, Irak, Israël en Jordanië; zeldzaam in Egypte, Koeweit en Noord-Saoedi-Arabië en een dwaalgast verder in Arabië. Daarbuiten in heel Europa tot West-Siberië en Iran, met een geïsoleerde vorm in Centraal-Azië.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In Marokko zie je hem het makkelijkst in de cederbossen rond Ifrane en Azrou en in de olijfgaarden aan de voet van de Atlas, en in Rabat en Marrakech in de stadsparken. In Israël zijn de Hulavallei en de parken van Tel Aviv en Jeruzalem goede plekken.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. In Noordwest-Afrika een belangrijk jachtwild, met een lange jachttraditie; toch nemen de aantallen er en in de Levant toe, mede doordat hij steeds meer in steden en plantages broedt.
Wetenschappelijke naam
Columba palumbus | Linnaeus, 1758
Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Columba voerde hij in datzelfde werk in. Columba is Latijn voor 'duif' en gaat terug op het Griekse kolumbos 'duiker', bij kolumbaō 'duiken, zwemmen'; de klassieke schrijvers noemden de rotsduif zo naar de zwemmende slag van de vleugels in de vlucht. palumbus is een nevenvorm van het Latijnse palumbes, de naam voor de houtduif. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.


