Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Holenduif

Holenduif | Columba oenas

Stock Dove | Paloma zurita

Een compacte, blauwgrijze duif die in het gidsgebied vooral als wintergast op de akkers van de Maghreb en de Levant verschijnt, vaak in groepen tussen houtduiven en rotsduiven. Als broedvogel is hij schaars en weinig bekend.

Holenduif (Columba oenas)
Foto: MPF — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een dof, tweelettergrepig en licht zuchtend oe-hoep, oe-hoep, met de klemtoon voorop en in reeksen herhaald, monotoner en holler dan het koeren van de houtduif. In de winterkwartieren meestal stil.

Luister: ZangXC1138083

Opname: Beatrix Saadi-Varchmin — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Egaal blauwgrijs, met een groenglanzende halsvlek, een wijnrode borst en twee korte, onderbroken zwarte streepjes op de binnenvleugel. Het oog is donker en de snavel geel met een witte was. In vlucht valt het lichtgrijze middenveld van de bovenvleugel op, omzoomd door een brede donkere achterrand en donkere vleugelpunten; de stuit is grijs en de ondervleugel grijs, niet wit. Vliegt snel en direct met snelle slagen.

Verwarrings­soorten

De rotsduif (Columba livia) heeft twee lange, doorlopende zwarte vleugelstrepen, een witte ondervleugel en vaak een witte stuit. De houtduif (Columba palumbus) is groter en langstaartiger, met een witte halsvlek en witte vleugelbanden.

Leefgebied

In de winter op open akkers, braakland, stoppelvelden en grasland, vaak bij olijfgaarden of bosranden. Broedt in holen in oude bomen, zoals ceders en eiken, en in rotsspleten en gebouwen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Noordwest-Afrika: wintergast in Marokko, Noord-Algerije en Tunesië, schaars in Noord-Libië; broedt schaars en lokaal in het noorden van Marokko en Algerije. Midden-Oosten: wintergast in Syrië, Libanon, Israël, Jordanië en Irak, het talrijkst in het noorden; broedt mogelijk lokaal in Noord-Syrië en Noord-Irak. Zeldzaam in Egypte, Koeweit en Noord-Saoedi-Arabië. Daarbuiten broedt hij in Europa en Turkije tot West-Siberië en, met een bleke vorm, in Centraal-Azië.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zoek in december en januari groepen duiven op de akkers van de Gharb in Marokko, de vlakte rond Ichkeul in Tunesië of de Hulavallei en het Golanplateau in Israël, en kijk bij opvliegen naar de grijze stuit en de donkere vleugelachterrand.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In het gidsgebied is het broedbestand klein en slecht bekend. Wintervogels lijden onder jacht en onder het verdwijnen van stoppelvelden en braakland door intensievere landbouw.

Wetenschappelijke naam

Columba oenas | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Columba voerde hij in datzelfde werk in. Columba is Latijn voor 'duif' en gaat terug op het Griekse kolumbos 'duiker', bij kolumbaō 'duiken, zwemmen'; de klassieke schrijvers noemden de rotsduif zo naar de zwemmende slag van de vleugels in de vlucht. oenas is het Oudgriekse oinas, de naam van een duif. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.