Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Jemenlijster
Jemenlijster | Turdus menachensis
Yemen Thrush | Zorzal yemení
De jemenlijster is een endemische lijster van de bergen van Zuidwest-Arabië, van Taif in Saoedi-Arabië tot de westelijke hooglanden van Jemen. Een onopvallende, olijfbruine bewoner van jeneverbesbos en bergtuinen, die vaak lang roerloos in dicht struikgewas zit en zich vooral met zijn explosieve roep verraadt.
Geluid
De roep is een explosief tsjok-tsjok, de makkelijkste manier om de vogel te vinden. De zang, vooral bij zonsopgang, is een fluitende reeks hoge, gevarieerde frasen, minder vol dan bij de merel.
Opname: bert de bruin — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
23 cm. Een middelgrote, vrij langstaartige en effen lijster. Het mannetje is olijfbruin boven en lichter, grijzer onder; kin en keel zijn beigegrijs met smalle donkere streepjes die doorlopen tot op de borst. De buik is grauw en vrijwel ongetekend. De stevige snavel is oranjegeel, de poten vleeskleurig tot geelachtig. In de vlucht vallen de oranje ondervleugeldekveren op. Het vrouwtje is bleker en beiger onder, vaak met donkere schachtstreepjes op buik en flanken, en heeft een doffere snavel. Jonge vogels zijn lichter gevlekt boven en dichter gevlekt onder.
Verwarringssoorten
De zanglijster (Turdus philomelos), een zeldzame wintergast tot in Zuidwest-Arabië, heeft duidelijke druppelvormige vlekken op een witte buik, een kortere staart en een donkere snavel. Een vrouwtje merel (Turdus merula) is donkerder bruin en komt in de bergen van Zuidwest-Arabië vrijwel niet voor. De Tristrams spreeuw (Onychognathus tristramii) toont in de vlucht ook oranje in de vleugel, maar is glanzend zwart (mannetje) of grijskoppig (vrouwtje) en roept luid fluitend.
Leefgebied
Bergbos met dichte inheemse bomen en struiken: jeneverbes- en olijfbos, dicht struikgewas, bosjes, boomgaarden en grote tuinen op terrassen, vaak met open terrein ernaast. Van 1200 tot 3100 m, vooral boven 1700 m; op lagere hoogte alleen in dichte vegetatie langs beken. Foerageert op de grond tussen dood blad en rottend plantenmateriaal en eet ook bessen en vijgen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Endemisch voor de bergen van Zuidwest-Arabië. In Saoedi-Arabië een vrij gewone standvogel van de Asir en de Hejaz van Taif zuidwaarts via Al Baha, Tanoumah en Abha (Al Soudah, Raydah) tot aan de grens met Jemen, en op losse bergen boven de Tihama zoals Jebel Aswad. In Jemen plaatselijk in de westelijke hooglanden. Komt nergens anders ter wereld voor.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In het jeneverbesbos van Al Soudah en het Raydah-reservaat bij Abha, of rond Tanoumah en Al Baha: ga vroeg op pad en luister naar het harde tsjok-tsjok uit dicht struikgewas. Een vogel die op de grond tussen het blad scharrelt, staat soms lang stil en is dan makkelijk te missen.
Staat van instandhouding
Gevoelig. De wereldpopulatie is klein en gaat achteruit door kap, begrazing en het verdwijnen van het jeneverbesbos in de bergen, deels door klimaatverandering en bebouwing. In Saoedi-Arabië is een deel van het leefgebied beschermd in het Raydah-reservaat en het nationaal park Asir; in Saoedi-Arabië lijkt de stand sinds de jaren tachtig stabiel.
Wetenschappelijke naam
Turdus menachensis | Ogilvie-Grant, 1913
Ogilvie-Grant beschreef de soort in 1913 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Turdus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Turdus is het gewone Latijnse woord voor 'lijster'. menachensis verwijst naar Manakhah (Menacha) in Jemen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Manakhah in Jemen.

