Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Merel
Merel | Turdus merula
Common Blackbird | Mirlo común
De merel is in het noorden van het gidsgebied een gewone broedvogel van tuinen, olijfgaarden en bos, van Marokko tot de Levant en Noord-Irak. In de Maghreb leeft de donkere vorm mauritanicus, in de Levant syriacus; in de winter komen er noordelijke vogels bij, die verder zuidwaarts tot in de Nijldelta en schaars op het Arabisch Schiereiland doordringen.
Geluid
De zang is een trage, warme en melodieuze fluitzang met lange, gevarieerde frasen en een zachter, krassend slot, vanaf een dak, antenne of boomtop, vooral bij schemering. De alarmroep is een luid, ratelend tsjak-tsjak-tsjak en een dun sriih; bij het slapen gaan een herhaald pink-pink.
Opname: Mark James Pearson — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
23,5–29 cm. Het mannetje is geheel zwart met een oranjegele snavel en een gele oogring; in de eerste winter is de snavel donkerder en zijn de vleugels bruinzwart. Het vrouwtje is donkerbruin met een lichtere, vaag gestreepte keel en een roestig bruine, onduidelijk gevlekte borst, en een bruinige snavel. Jonge vogels zijn roestbruin gevlekt. De Noord-Afrikaanse mauritanicus is klein en zeer donker: het mannetje glanzend zwart, het vrouwtje bijna zwartbruin. Houdt de staart vaak schuin opgeheven na de landing.
Verwarringssoorten
De beflijster (Turdus torquatus) heeft een witte of vuilwitte borstband en lichte zomen aan de vleugelveren, die de vleugel zilverig doen lijken. De blauwe rotslijster (Monticola solitarius) is bij slecht licht ook donker, maar het mannetje is leiblauw, met een lange, donkere snavel, en hij leeft op rotsen en gebouwen. Het mannetje Tristrams spreeuw (Onychognathus tristramii) is glanzend zwart met oranje handpennen die in de vlucht opvallen.
Leefgebied
Bos met ondergroei, maquis, ooibos, olijfgaarden, boomgaarden, oases met dadelpalmen, parken en tuinen tot midden in steden. In de Atlas tot ongeveer 2300 m in ceder- en eikenbos. In de winter ook in struweel langs wadi's, irrigatielandbouw en stadsparken. Eet wormen, insecten, slakken en veel vruchten en bessen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Jaarvogel in Marokko (ten zuiden tot de Anti-Atlas en plaatselijk de oases van de woestijnrand), het noorden van Algerije en Tunesië, het noordwesten van Libië (Tripolitanië) en de Jebel Akhdar in Cyrenaica, en een kleine populatie in de Nijlvallei en -delta. In de Levant broedt hij in Libanon, Syrië, Israël, het noordwesten van Jordanië en het noorden van de Sinaï, en verder in Noord-Irak. In de winter komen er vogels uit Europa en Turkije bij in de Maghreb, de Nijldelta tot ongeveer Caïro, de Jordaanvallei en Irak; op het Arabisch Schiereiland een schaarse wintergast in Koeweit, het noorden en oosten van Saoedi-Arabië en de Golfstaten, zeldzaam in Oman en Jemen. Daarbuiten broedt hij in heel Europa en tot in Iran en Centraal-Azië.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In elke stadstuin of olijfgaard in de Maghreb of de Levant: luister in de schemering naar de zang. Vergelijk in Marokko de diepzwarte mauritanicus met de Europese merel, en let in de winter in Arabische parken op een merel tussen de zanglijsters.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. In het noorden van het gidsgebied algemeen en goed aangepast aan tuinen en steden; in de Maghreb en de Levant wordt hij, net als andere lijsters, gevangen en geschoten.
Wetenschappelijke naam
Turdus merula | Linnaeus, 1758
Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Turdus voerde hij in datzelfde werk in. Turdus is het gewone Latijnse woord voor 'lijster'. merula is het Latijnse woord voor de merel; het leeft voort in het Franse merle en het Nederlandse 'merel'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.


