Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Jouanins stormvogel

Jouanins stormvogel | Bulweria fallax

Jouanin's Petrel | Petrel de Jouanin

Een geheel donkere stormvogel met lange vleugels en een lange staart, vrijwel een eigen soort van het gidsgebied: de enige bekende broedplaats ligt op Socotra en vermoedelijk broedt hij ook in Zuid-Oman. Op zee in de Arabische Zee en de Golf van Aden is hij soms talrijk.

Jouanins stormvogel (Bulweria fallax)
Foto: Mike Prince from Bangalore, India — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee stil; de roep bij de broedplaats is nauwelijks beschreven.

Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.

Herkenning

Groter en forser dan de bulwers stormvogel, geheel donker chocoladebruin, op afstand zwart. Een vale diagonale band over de bovenvleugeldekveren is meestal dof, maar licht bij fel zonlicht en bij versleten vogels op. De kop is vrij groot en de zwarte snavel opvallend diep en zwaar, met een gezwollen haakpunt; bij vrouwtjes en jonge vogels is hij wat slanker. De vleugels zijn lang en vrij breed, de lange wigvormige staart is meestal gesloten en spits. Vliegt laag over het water met losse, wat flapperige slagen en korte glijvluchten, bij harde wind in bogen. Zit rechtop op het water, als een ‘drijvende zwarte banaan’.

Verwarrings­soorten

De bulwers stormvogel (Bulweria bulwerii) is kleiner en slanker, met een fijnere snavel, een langere, smallere staart, een helderdere vleugelband en een wendbaarder vlucht; hij komt in de Arabische wateren nauwelijks voor. De wigstaartpijlstormvogel (Ardenna pacifica) in donker kleed en de australische grote pijlstormvogel (Ardenna carneipes) zijn veel groter, met een lichte, roze snavel; de laatste heeft bovendien lichte poten. De Mascarenestormvogel (Pseudobulweria aterrima), buiten het gebied, mist de lichte vleugelband en vliegt stijver.

Leefgebied

Open, warme zee boven diep water, vooral waar opwelling in de zomermoesson voedsel aan het oppervlak brengt; komt soms dicht onder de kust, vooral bij onrustig weer. Broedt in holten in hoge, steile kliffen aan zee en mogelijk landinwaarts in bergwanden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

De enige bevestigde broedplaats ligt op Socotra (Jemen), waar in 2001 een nest werd gevonden in een grot in een hoge zeeklif; er zijn meer dan duizend vogels tegelijk op zee gezien en de populatie wordt op enkele duizenden paren geschat. Broeden wordt vermoed op de Hallaniyat-eilanden voor de kust van Dhofar (Oman) en mogelijk landinwaarts in Zuid-Oman. Op zee jaarrond rond Socotra en Abd al-Kuri, in de Golf van Aden en in de Arabische Zee voor Dhofar en Masirah; buiten de broedtijd ook in de Golf van Oman, met grote invasies voor de oostkust van de Emiraten (tot 609 vogels in december 2012) en bij Muscat, vooral van september tot december. Niet in de Perzische Golf en de Rode Zee. Daarbuiten zwerft hij over de noordwestelijke Indische Oceaan tot Kenia, de Malediven, India en Sri Lanka, met verre dwaalgasten tot Australië, Hawaï en Italië.

  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zeetochten vanuit Mirbat in Dhofar en tussen Socotra en Abd al-Kuri leveren de meeste waarnemingen op. In de herfst zijn boottochten vanuit Fujairah en Dibba (Emiraten) of Muscat een goede kans; in sommige jaren zijn er dan honderden, in andere bijna geen.

Staat van instandhouding

Gevoelig. Het broedareaal is uiterst klein en de broedplaatsen zijn grotendeels onbekend. Op Socotra worden vette jongen soms gegeten en kan de aanleg van een ringweg langs de kliffen broedplaatsen aantasten; ratten, katten en olievervuiling op zee vormen een mogelijk risico.

Wetenschappelijke naam

Bulweria fallax | Jouanin, 1955

Jouanin beschreef de soort in 1955 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Bulweria werd in 1843 ingevoerd door Bonaparte. Bulweria is gevormd bij de soortnaam bulwerii en eert daarmee dezelfde man, James Bulwer. fallax is Latijn voor 'bedrieglijk', omdat de soort sterk op andere stormvogels lijkt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit noordwestelijke Indische Oceaan, nabij Socotra.