Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Kleine topper

Kleine topper | Aythya affinis

Lesser Scaup | Porrón bola

De Noord-Amerikaanse tegenhanger van de topper, iets kleiner en met een hoekiger kop. Als dwaalgast in het gebied zeer zeldzaam: in Marokko waren in 2017 zeven gevallen bekend, en in januari 2022 werd een vogel in Algerije gezien.

Kleine topper (Aythya affinis)
Foto: Mike's Birds from Riverside, CA, US — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op de overwinteringsplaatsen vrijwel stil; het vrouwtje laat soms een rauw karr horen.

Luister: ZangXC1019875

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 42 cm, iets kleiner en slanker dan de topper, met een hoge, achteraan puntige kruin en een kleinere snavel met een smalle zwarte nagel. Het mannetje heeft een zwarte kop met paarsige glans, zwarte borst en achterkant, een fijn grijs gevermiculeerde rug en witte flanken met vaak een grijze waas; het oog is geel. Het vrouwtje is bruin met een witte bles rond de snavelbasis, kleiner dan bij de topper. In vlucht loopt de witte vleugelstreep alleen over de armpennen; de handpennen zijn grijs.

Verwarrings­soorten

De topper (Aythya marila) is groter, met een ronde kop, een bredere snavel met grotere zwarte nagel, bij het mannetje een groene glans op de kop en een witte vleugelstreep die ver over de handpennen doorloopt. Hybriden van kuifeend (Aythya fuligula) en tafeleend (Aythya ferina) kunnen een kleine topper sterk nabootsen; let op de snaveltekening, de kopvorm en de vleugelstreep. De ringsnaveleend (Aythya collaris) heeft bij het mannetje een zwarte rug en een witte snavelring.

Leefgebied

Zoete meren en stuwmeren, in het oorspronkelijke winterverblijf ook kustbaaien en estuaria. Dwaalgasten in het gebied zaten op stuwmeren in het binnenland, tussen kuifeenden en tafeleenden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In het gebied een dwaalgast: in Marokko enkele gevallen op stuwmeren en meren, onder meer het stuwmeer Mansour Eddahbi bij Ouarzazate in maart 2017, het zevende geval voor het land, en ten minste één in de Westelijke Sahara; in Algerije werd in januari 2022 een vogel gemeld. Uit de rest van het gebied zijn geen gevallen bekend. De soort broedt in Alaska en Canada en het noorden van de Verenigde Staten en overwintert van de Verenigde Staten tot Midden-Amerika en het Caribisch gebied.

Hoe en wanneer kijken

Een kans in de winter en het vroege voorjaar op Marokkaanse stuwmeren, in groepen kuifeenden. Een mogelijke kleine topper moet altijd van achteren en liefst in vlucht worden bekeken: de grijze handpennen, de kleine snavelnagel en de piek achter op de kruin zijn samen beslissend, en hybriden moeten worden uitgesloten.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; de Noord-Amerikaanse populatie is groot, al is ze sinds de jaren tachtig afgenomen. In het gebied een zeer zeldzame dwaalgast, met ongeveer tien gevallen in Marokko en Algerije samen.

Wetenschappelijke naam

Aythya affinis | (Eyton, 1838)

Eyton beschreef de soort in 1838 als Fuligula affinis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Aythya werd in 1822 ingevoerd door Boie. Aythya komt van Grieks aithuia, bij Aristoteles en Hesychius de naam van een niet nader te bepalen duikende zeevogel. affinis is Latijn voor 'verwant', naar de sterke gelijkenis met de topper. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Noord-Amerika.