Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Rotgans

Rotgans | Branta bernicla

Brant | Barnacla carinegra

Een kleine, donkere zeegans met een zwarte kop en hals en een smal wit halsvlekje. De rotgans overwintert langs de kusten van Noordwest-Europa en bereikt het gebied alleen als zeldzame dwaalgast, vrijwel steeds aan de Atlantische kust van Marokko.

Rotgans (Branta bernicla)
Foto: Rhododendrites — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een zacht, rollend en keelachtig rrot of rronk, in groepen tot een aanhoudend gemompel. Een eenling in het gebied is meestal stil.

Luister: Nachtelijke vluchtroepXC1185350

Opname: Sjouke Scholten — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Klein en gedrongen, nauwelijks groter dan een wilde eend, met een korte zwarte snavel en zwarte poten. Kop, hals en borst zijn zwart, met een klein wit vlekje of halve kraag aan weerszijden van de hals. De bovendelen zijn donker grijsbruin, de onderstaartdekveren en de achterflank helder wit. De donkerbuikige vorm (bernicla) heeft een donkere buik die nauwelijks contrasteert met de borst; de lichtbuikige vorm (hrota), die in Marokko is vastgesteld, heeft een bleke buik met een scherpe grens tegen de zwarte borst. Jonge vogels missen de halsvlek en hebben witte randen aan de vleugeldekveren. Vliegt snel, in onregelmatige lijnen laag boven het water.

Verwarrings­soorten

De brandgans (Branta leucopsis) heeft een wit gezicht en is groter en bleker grijs boven. De roodhalsgans (Branta ruficollis) heeft een roestrode hals en borst en witte lijnen op kop en flank. Op afstand kan een rotgans tussen eenden verdwijnen; let op het zwarte voorlijf en het witte achtereind.

Leefgebied

In de overwinteringsgebieden getijdenvlakten, lagunes, kwelders en kustweiden met zeegras, darmwier en kort gras. In het gebied gezien op lagunes, riviermondingen en kale kustvlakten, soms tussen eenden of steltlopers.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In Marokko een zeldzame dwaalgast met een tiental gevallen tot 2009 en sindsdien verschillende nieuwe, onder meer bij Merja Zerga (vijf vogels in januari 2015), Oualidia en Essaouira; vooral in december en januari. Elders in Noord-Afrika en het Midden-Oosten uitzonderlijk. Broedt op de arctische toendra rond de Noordpool en overwintert langs de kusten van West-Europa, Oost-Azië en Noord-Amerika.

Hoe en wanneer kijken

De beste kans ligt in de winter langs de Atlantische kust van Marokko, van Merja Zerga tot Essaouira. Kijk op getijdenvlakten en in lagunes naar een donkere, eendgrote gans met een wit achtereind. Noteer de buikkleur: daarmee is de herkomst (Atlantische of Siberische populatie) vaak te bepalen.

Staat van instandhouding

Zeldzame dwaalgast in Marokko, met een twaalftal gevallen tot 2009 en sindsdien verscheidene meldingen in de winter; elders in het gebied hooguit uitzonderlijk. Wereldwijd niet bedreigd, al schommelen de aantallen sterk met het broedsucces op de toendra.

Wetenschappelijke naam

Branta bernicla | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Anas Bernicla; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Branta werd in 1769 ingevoerd door Scopoli. Branta is een gelatiniseerde vorm van het Oudnoorse brandgás, 'verbrande gans', dus zwarte gans. bernicla is middeleeuws Latijn voor 'zeepok', naar de oude opvatting dat deze ganzen uit zeepokken ontstonden. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.