Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Krakeend

Krakeend | Mareca strepera

Gadwall | Ánade friso

Een sober grijze grondeleend die van dichtbij fijn getekend blijkt. In de winter komt hij op de meren van de Maghreb, de Nijldelta en Irak en op de visvijvers van Israël voor, maar nergens in de enorme aantallen van slobeend of smient; in Arabië is hij een schaarse gast.

Krakeend (Mareca strepera)
Foto: ALAN SCHMIERER — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het mannetje geeft een laag, knarsend ehp en een helder fluitje tijdens de balts; het vrouwtje kwaakt hoger en sneller dan een wilde eend, kak-kak-kak.

Luister: RoepXC1175954

Opname: David Darrell-Lambert — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Iets kleiner en slanker dan de wilde eend, met een steiler voorhoofd en een smallere snavel. Het mannetje is grijs met fijne vermiculatie en een donkere schubbentekening op de borst, een bruingrijze kop, een zwarte achterkant zonder wit en een donkergrijze snavel. Het vrouwtje is gevlekt bruin en lijkt op een vrouwtje wilde eend, maar heeft een oranje snavelrand met een donkere rug en een witte buik. Het beste kenmerk is in beide seksen de witte spiegel, die op het water soms als klein wit vlakje zichtbaar is en in vlucht duidelijk opvalt, bij het mannetje met een kastanjebruin en zwart vlak op de vleugel.

Verwarrings­soorten

Het vrouwtje lijkt sterk op het vrouwtje wilde eend (Anas platyrhynchos), dat groter is, een blauwe spiegel met witte randen heeft en een minder scherp afgezette oranje snavelrand. Vrouwtjes van de smient (Mareca penelope) zijn roodbruiner, met een korte blauwgrijze snavel en een ronde kop. De zeer zeldzame bronskopeend (Mareca falcata) is donkerder en heeft een donkere snavel en een grijze tot groenige spiegel.

Leefgebied

Zoete tot licht brakke meren en moerassen met een rijke ondergedoken vegetatie, rietkragen en rustige oevers: natuurlijke meren zoals Ichkeul en El Kala, stuwmeren, visvijvers, moerassen van de Nijldelta en Zuid-Irak. Grondelt en eet vooral waterplanten, die hij soms van duikende meerkoeten of duikeenden steelt.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Wintergast in Marokko, Algerije, Tunesië en Libië (vooral de kust), in Egypte (Nijldelta en Fayum), Israël, Libanon, Syrië, Jordanië en Irak, waar de grootste aantallen in de moerassen van het zuiden overwinteren. Schaars maar regelmatig in Koeweit, Bahrein, Qatar, de Emiraten, Oman en Saoedi-Arabië, uitzonderlijk in Jemen. Broedt in kleine aantallen in Marokko (onder meer in de Midden-Atlas en de Merja Zerga), Algerije (El Kala) en Tunesië, en sporadisch in Israël. Daarbuiten van Europa tot Oost-Azië en in Noord-Amerika; overwintert tot in de Sahel, Zuid-Azië en Mexico.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De visvijvers van het Hula-dal en de Bet Sheanvallei in Israël en Ichkeul in Tunesië zijn in de winter het meest betrouwbaar. Kijk naar paren die rustig aan de rand van rietkragen grondelen en wacht tot ze opvliegen: de witte spiegel maakt het verschil met vrouwtjes wilde eend direct duidelijk.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en in Europa toegenomen. In het gebied beperken drooglegging van moerassen, verstoring en jacht de kleine broedpopulaties in de Maghreb. De aantallen in Irak zijn na het herstel van de moerassen in de jaren 2000 weer gegroeid.

Wetenschappelijke naam

Mareca strepera | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Anas strepera; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Mareca werd in 1824 ingevoerd door Stephens. Mareca gaat terug op het Portugese marreco, een woord voor een kleine eend. strepera is Latijn voor 'luidruchtig', van strepere 'lawaai maken', naar de ratelende roep. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.