Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Wilde eend
Wilde eend | Anas platyrhynchos
Mallard | Ánade azulón
De bekendste eend van de wereld is in het gebied minder alledaags dan in Europa. In de Maghreb, de Levant en Irak is hij een gewone broedvogel van moerassen en meren, maar naar het zuiden wordt hij snel schaars, en in Arabië gaat het vaak om tamme of verwilderde vogels rond parken en waterzuiveringsplassen.
Geluid
Het vrouwtje geeft het bekende luide, dalende kwaken, kwak-kwak-kwak; het mannetje een zacht, hees rhaeb en een kort fluitje tijdens de balts.
Opname: Esperanza Poveda — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
Groot en fors, met een brede, platte snavel. Het mannetje heeft een glanzend groene kop, een smalle witte halsring, een paarsbruine borst, een lichtgrijs lijf, een zwarte achterkant met opgekrulde middelste staartveren en een gele snavel. Het vrouwtje is gevlekt bruin met een donkere oogstreep en een oranje snavel met een donker zadel. Beide seksen hebben een blauwpaarse spiegel met aan voor- en achterzijde een witte rand en oranje poten. In eclips lijkt het mannetje op het vrouwtje maar houdt het een egaal gele snavel.
Verwarringssoorten
Het vrouwtje lijkt op dat van de krakeend (Mareca strepera), die kleiner is, een scherp afgezette oranje snavelrand, een witte buik en een witte spiegel heeft. Het mannetje van de slobeend (Spatula clypeata) heeft ook een groene kop, maar een witte borst, kastanjebruine flanken en een enorme snavel. Tamme en verwilderde vogels en kruisingen hebben afwijkende kleuren en formaten en zijn vaak zwaarder gebouwd.
Leefgebied
Bijna elk zoet of brak water met beschutting aan de oever: moerassen, rietkragen, rivieren, oases, stuwmeren, visvijvers, irrigatiekanalen en stadsparken. Broedt op de grond in dichte begroeiing, soms ver van water. Eet zaden, waterplanten, graan en kleine dieren.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Broedvogel in Marokko, Algerije en Tunesië (vooral het noorden, ook in de Atlas en in enkele oases), in Noord-Egypte, Israël, Libanon, Syrië, Jordanië en Irak, waar de moerassen van het zuiden grote aantallen herbergen. In de winter versterkt door vogels uit Europa en West-Azië, ook in Libië en Egypte. In Arabië schaars: wilde vogels overwinteren in kleine aantallen in Koeweit, Saoedi-Arabië en de Golfstaten, en tamme en verwilderde populaties leven in parken en op waterzuiveringsplassen in onder meer de Emiraten, Bahrein, Qatar en Oman. Daarbuiten over het hele noordelijk halfrond, en ingevoerd in onder meer Australië en Nieuw-Zeeland.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Wilde vogels zijn het best te zien op de meren van de Maghreb, zoals Ichkeul en de Merja Zerga, in de visvijvers van het Hula-dal en in de moerassen van Zuid-Irak. In de Golfstaten is het oppassen: let op formaat, kleur en gedrag, want daar gaat het vaak om verwilderde of gekruiste vogels.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd en wereldwijd zeer talrijk. In het gebied staan de wilde populaties onder druk door jacht en drooglegging, terwijl kruising met tamme eenden de herkomst van veel vogels in Arabië onduidelijk maakt.
Wetenschappelijke naam
Anas platyrhynchos | Linnaeus, 1758
Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Anas voerde hij in datzelfde werk in. Anas is het Latijnse woord voor 'eend'. platyrhynchos is Grieks voor 'breedsnavelig', van platus 'breed' en rhunkhos 'snavel'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.


