Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Smient

Smient | Mareca penelope

Eurasian Wigeon | Silbón europeo

De fluitende eend van de winterse lagunes. In grote groepen graast de smient op de oevers en het korte gras rond de meren en lagunes van de Maghreb, de Nijldelta en Irak, en zijn heldere wiu klinkt dan over het water; verder naar het zuiden en oosten, in Arabië, wordt hij snel schaars.

Smient (Mareca penelope)
Foto: Mike's Birds from Riverside, CA, US — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het mannetje fluit helder en dalend, wiuuu, het geluid dat een groep smienten verraadt; het vrouwtje knort laag, krrr.

Luister: Nachtelijke vluchtroepXC1185351

Opname: Sjouke Scholten — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Middelgroot, met een ronde kop, een korte blauwgrijze snavel met zwarte punt en een spitse staart. Het mannetje heeft een kastanjebruine kop met een roomgele bles, een roze-grijze borst, grijze flanken, een witte vlek voor de zwarte achterkant en in vlucht een groot wit vlak op de voorvleugel. Het vrouwtje is warm roodbruin tot grijsbruin, met een witte buik en scherp afgezette flanken; in vlucht toont zij een grijzige voorvleugel en een lichte ondervleugel met donkere oksels. Eerstejaars mannetjes missen het witte vleugelvlak nog.

Verwarrings­soorten

Het vrouwtje lijkt op dat van de krakeend (Mareca strepera), die een oranje snavelrand, een hoekiger kop en een witte spiegel heeft. De Amerikaanse smient (Mareca americana), een dwaalgast, heeft bij het mannetje een groene oogvlek en een witte bles, en bij beide seksen witte in plaats van grijze oksels. Vrouwtjes van de bronskopeend (Mareca falcata) zijn donkerder met een langere, donkere snavel.

Leefgebied

Kustlagunes, brakke en zoete meren met grazige oevers, riviermondingen, natte weilanden en waterzuiveringsplassen. Graast als een gans op land en eet ook zeegras en waterplanten van het oppervlak. Rust in dichte groepen op open water.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Talrijk in de winter langs de kust en op de meren van Marokko (Merja Zerga, Moulouya), Algerije (El Kala), Tunesië (Ichkeul) en Libië, in Egypte (Nijldeltameren, Bardawil), Israël, Syrië en Irak. Schaars maar regelmatig in Koeweit, Bahrein, Qatar, de Emiraten en Oman, zeldzaam in Saoedi-Arabië en Jemen. Broedt niet in het gebied. Daarbuiten broedt hij van IJsland en Scandinavië tot Oost-Siberië en overwintert hij in West-Europa, rond de Middellandse Zee, in de Sahel, Zuid-Azië en Oost-Azië.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Ichkeul in Tunesië en de Merja Zerga in Marokko herbergen in januari duizenden smienten; ook de meren van de Nijldelta en Bardawil aan de noordkust van de Sinaï zijn goed. Luister bij de lagunes naar het fluiten van de mannetjes en zoek in grote groepen naar een mannetje met een witte bles en groene oogvlek.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De overwinterende aantallen in Noord-Afrika zijn belangrijk voor de populatie van het Middellandse Zeegebied. Jacht, drooglegging en vervuiling van de deltameren zijn de belangrijkste knelpunten.

Wetenschappelijke naam

Mareca penelope | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Anas Penelope; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Mareca werd in 1824 ingevoerd door Stephens. Mareca gaat terug op het Portugese marreco, een woord voor een kleine eend. penelope verwijst naar de eend die volgens de Griekse overlevering Penelope redde toen zij in zee werd geworpen; haar naam komt van pene 'draad' en ops 'aanblik', naar de list met het weefsel waarmee zij haar vrijers afhield. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.